Anno 1422
Gilde Sint Leonardus
Beek en Donk

Onze Gildepastor Franklin De Coninck

 

Noveengebed

 

Goede God, door uw Zoon Jezus heeft U veel wonderen verricht:

blinden konden weer zien en lammen lopen, melaatsen genazen en

doven konden weer horen, doden stonden op en aan armen werd de

Blijde Boodschap verkondigd. Ook de apostelen hebben in de naam

van Jezus veel wonderen gedaan.

 

Leonardus volgde hen na. Hij leefde vanuit de Blijde Boodschap.

Hij stond open voor mensen in nood. Hij hielp hen naar lichaam en ziel.

Vele gevangenen wist hij te bevrijden.

 

Wij vragen U, hemelse Vader, leer ons de kracht van de voorspraak van de

heilige Leonardus kennen en verleen ons de gunst waarom wij bidden.

( Hier kan de eigen intentie worden genoemd.)

 

Dit vragen wij U, vertrouwend op de hulp van de heilige Leonardus en

in de naam van Jezus Christus die ons leerde bidden:

 

Onze Vader...

 

Beek en Donk       maart 2007

St. Leonardus Gilde

Gebedsdienst Donckse Wij-ing 2013

Feest van de Donckse Wij-ing

Gebedsdienst bij de Sint Leonarduskapel aan de Goorloop

op zondag 2 juni 2013 om 10.00 uur

 

Een eerbiedig samenzijn van gildebroeders, gildezusters, vrienden en buurtgenoten, vereerders van Sint Leonardus uit Beek en Donk en wijde omgeving en met gasten uit Gittelde (D) en Zoutleeuw (B)

De gezangen worden verzorgd door Seniorenkoor Sint Joachim uit Beek en Donk,

dirigent is Hans Kempe, pianiste Jolanda Demirel.

Voorganger: gildeheer diaken F. De Coninck

Acolieten: gildebroeders Harrie van Dijk en Cees Huijbregts

Versiering: gildezuster Maria Huijbers

 

Begroeting door de diaken

Welkom allemaal, recht herzlich wilkommen liebe Brüder and Schwestern aus Gittelde, hartelijk welkom gildebroeders en gildezusters uit Zoutleeuw, laten wij allen hier aanwezig, elkaar begroeten in de naam de Eeuwige, die al van ons hield nog voor we geboren waren en die ons altijd zal beminnen:

in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen

En laten wij, gesteund door het Seniorenkoor Sint Joachim een loflied aanheffen.

Lied (coupletten 2 en 4)

Refrein:

Zingt een nieuw lied, alle landen.

Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn naam.

 

Groot is de Heer, die wij vrezen en prijzen!

Aarde en lucht komen vers uit zijn hand,

schoonheid en kracht vergezellen Hem beide:

wild is de zee en tevreden het land.

Refrein

 

Juicht wat in zee leeft, of leeft op de velden:

ziet uw Verlosser gaat komen, weest blij!

Wuift alle bomen der wouden, verwelkomt

juichend uw koning, want Hij is nabij!

Refrein

 

Welkom door hoofdman Geert-Jan van Rixtel Bzn

 

Wierook wordt aangestoken bij het beeld van Sint Leonardus

Sint Leonarduslied (drie coupletten)

Leonardus, u ter ere,

klinke luid ons jubellied!

Trouwe dienaar van den Heere,

neen, gij smaadt ons zangen niet. (2x)

 

Refrein:

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt

 

Lange jaren, honderdtallen,

hield de Donk Sint Leendert hoog.

’t Volk, dat u te voet kwam vallen

hief gelovig ‘t hart omhoog. (2x) Refrein

 

Steeds in breder, breder scharen

trokken pelgrims naar de Donk.

Heind’ en verre klonk de mare

van ‘tgeen hun Sint Leendert schonk. (2x) Refrein

 

Gebed

 

Allen:

God onze Vader, Gij hebt aan de heilige Leonardus de gave geschonken om gevangenen te bevrijden.

Verleen ons, op zijn voorspraak, dat wij worden bevrijd van alles wat ons leven bedreigt.

Wij zijn te vaak de gevangenen van onze onmacht, van ons verdriet, van ons gebrek aan geloof, hoop en liefde.

Maak ons tot vrije, gelukkige mensen.

Schenk ons vergiffenis en geef dat wij anderen kunnen vergeven.

Dat vragen wij U door Jezus Christus onze Heer. Amen

 

Lezing uit het eerste boek Koningen (17, 8-16)

Gildebroeder Frans Meulensteen:

 

Samen delen houdt mensen in leven

 

In heel het land heerste een ernstige hongersnood.

Toen kwam het woord van de Eeuwige tot de profeet Elia. “Vertrek naar Sarefat, dat onder Sidon valt, en ga daar wonen. Ik heb daar een weduwe bevolen voor u te zorgen.

Toen hij bij de stadspoort kwam was daar een weduwe hout aan het sprokkelen. Hij riep tot haar: “Wees zo goed en haal voor mij in deze kruik een beetje water. Ik zou graag wat drinken.” Toen zij het ging halen riep hij haar na: “Wees zo goed en breng ook een stuk brood mee.” Zij antwoordde: “Zowaar de Eeuwige, uw God, leeft, ik heb geen brood meer, alleen nog maar een handvol meel in een pot en een beetje olie in een kruik. Ik sprokkel nu wat hout en ga dadelijk naar huis om voor mij en voor mijn zoon voor het laatst eten klaar te maken. Daarna wacht ons de dood.”

Elia antwoordde: “Vrees niet, ga naar huis en doe wat u van plan bent, maar maak van het meel en de olie eerst een broodje voor mij en breng mij dat. Voor uzelf en uw zoon kunt u daarna zorgen. Want zo zegt de Eeuwige, de God van Israël: de pot met meel raakt niet leeg en de kruik met olie niet uitgeput, totdat de Eeuwige het weer laat regenen.”

Toen ging zij heen en deed wat Elia gezegd had, en dag aan dag hadden zij te eten, hij, zij en haar gezin. De pot met meel raakte niet leeg en de kruik met olie niet uitgeput, volgens het woord dat de Eeuwige gesproken had door Elia.

Zo spreekt de Heer.

 

Tussenzang (coupletten 1, 3 en 4)

 

Zingt voor de Heer van liefde en trouw,

die onder ons verblijven wou.

Zingt als het gras dat dankt voor dauw:

alleluja, alleluja.

 

Zingt voor de liefde die ons bindt,

die in ons hoofd haar woning vindt,

die in ons hart haar rijk begint;

alleluja, alleluja.

 

Zingt voor het heil dat komen gaat;

zingt voor de deur die open staat;

zingt voor de God die zingen laat;

alleluja, alleluja.

 

Lezing uit het evangelie volgens Matteüs (7,24-28)

Diaken:

 

Wie handelt naar Gods woord, bouwt op een stevig fundament.

 

Jezus sprak:

“Wie mijn woord hoort en ernaar handelt, gedraagt zich als een verstandige man die zijn huis op de rots heeft gebouwd. Er kwam een wolkbreuk en een geweldige overstroming, de stormen gierden en rukten aan het gebouw. Maar het stortte niet in. De fundamenten ervan stonden immers op de rots.

Maar wie mijn woorden hoort en er niet naar handelt, gedraagt zich als een onverstandige man. Hij bouwde zijn huis op het losse zand. Er kwam een wolkbreuk, een geweldige overstroming, de stormen gierden en rukten aan het huis, het viel in elkaar en het was één grote puinhoop.”

Zo spreekt de Heer

 

Overweging

 

De weduwe die door de profeet Elia wordt aangesproken was straatarm. Ze werd gemeden door de mensen in haar stad. Weduwen en wezen telden in die dagen nauwelijks mee.

Men liet hen links liggen.

Uitgerekend deze vrouw spreekt de profeet Elia, de man Gods die honger heeft, aan.

Hij vraagt haar om wat water en een broodje. Op dat ogenblik was ze juist van plan van het handje meel op de bodem van haar voorraadvat een laatste broodje te bakken voor haar zoon en haarzelf, het samen op te eten en de hongerdood af te wachten.

 

Toch bakt ze voor de vragende profeet een broodje. En dan gebeurt er een spijswonder dat duren zal totdat de hongersnood over zal zijn. Haar pot met meel raakte niet leeg, er was steeds voldoende olie in haar kruik, samen hadden ze te eten: de profeet Elia, haar zoon en zij zelf.

 

Wat mij in dit verhaal het meest aanspreekt is wat die straatarme vrouw doet. Het kleine beetje dat ze heeft deelt ze met een ander, een vreemdeling nog wel. Dat ze dát kan is voor mij het grote wonder van deze vertelling. Ze geeft wat ze heeft. Ze laat een ander niet in de steek.

Het is de overtuiging van onze geloofstraditie, dat waar mensen zo met elkaar omgaan, ze handelen naar Gods hart.

Dat de pot met meel niet leeg raakt tijdens de hongersnood, maakt ons, gelovigen, duidelijk,  dat God achter die weduwe staat, dat zijn hart uitgaat naar mensen die met elkaar hun lief en leed delen.

 

Leonardus bouwde aan het begin van de zesde eeuw van onze jaartelling op een plek in een bos in de streek van Limoges die Noblat genoemd werd een hut. Hij wijdde zich daar aan gebed en Bijbellezing en stond klaar voor reizigers die bij hem aanklopten voor een maaltijd, een bed voor de nacht. Leonardus werd een raadgever van de boeren en werkte met hen mee. Zijn naam raakte bekend en nu na vijftienhonderd jaar is zijn naam nog steeds bekend. Hij werd een van de grote Europese heiligen die in kapellen en kerken in vele landen wordt vereerd.

Ook hier op de Donk, al minstens sinds 1422.

 

Misschien hebben mensen hier op de Donk en op al die plaatsen hun toevlucht bij Leonardus gezocht, en doen ze het nog, omdat Leonardus laat zien hoe een mens een leven kan leiden dat de moeite waard is voor God, voor de naasten en voor zichzelf. Leonardus wijst een weg van liefde en bevrijding, zonder rituelen, zonder geleerdheid. Hij is een man van het volk.

 

Hier in ons midden staat vandaag een Leonardusbeeld. Het is afkomstig uit de prachtige neogotische Leonarduskerk aan de Kapelstraat die helaas op 13 januari van dit jaar aan de eredienst is onttrokken. Het grote gepolychromeerde Leonardusbeeld in de kerk is na die laatste eredienst overgebracht naar de Heilige Michaëlkerk. Het kleine beeld, in eerlijk eiken, onbeschilderd, dat in de sacristie stond is nu door het parochiebestuur aan het Sint Leonardusgilde in bruikleen afgestaan. Het zal vandaag een ereplaats krijgen in deze kapel. Wij zijn het parochiebestuur zeer erkentelijk, dat Leonardus op de Donk kan blijven, want Leonardus hoort op de Donk, al minstens zes honderd jaar is hij er.

 

Leonardus is een heilige die ongeveer op de plek waar we nu staan, door de jaren heen is aangeroepen als mensen van de Donk het moeilijk hadden, als ze ongerust waren over hun gezondheid of die van hun dierbaren, als er ziekte heerste onder het vee, maar vooral is Leonardus wijd en zijd beroemd als de patroon van de gevangenen.

 

De levensgeschiedenis van Leonardus is daarom zo spannend, omdat hij helemaal niet arm had hoeven zijn, helemaal niet in een hut in de eenzaamheid had moeten wonen. Hij was van adel. Zijn bedje was gespreid. Clovis, de koning van de Franken, was zelfs zijn peetvader die hem bij zijn doop in zijn armen hield. De beroemde bisschop Remigius was zijn leermeester. Remigius vertelde hem over Jezus, de Zoon van God die afstand deed van macht en rijkdom, die zich bekommerde om de geknechte mens, die mensen wilde bevrijden van alles wat hen bedrukte, die hen vrij en gelukkig wilde maken.

 

Dat ideaal heeft de jonge Leonardus aangesproken. Hij voelde zich geroepen Jezus’ voorbeeld te volgen en de handen uit de mouwen te steken zoals Jezus heeft gedaan. Voor Leonardus vielen godsdienst en mensendienst samen. Ik denk dat deze christelijke levenswijze velen onder ons zal aanspreken en dat daarom Leonardus al alle vele eeuwen een alom geliefde heilige is, een volksheilige.

Hoewel hij in zijn kluis in het bos van Noblat heel ver van het hof in Reims woonde, bleef Leonardus goede contacten met koning Clovis onderhouden. En zo kon het gebeuren, dat Clovis hem het voorrecht verleende om naar eigen oordeel gevangenen de vrijheid te schenken. Van dat koninklijk privilege heeft Leonardus volop gebruik gemaakt. Maar hij deed meer, als een allereerste gevangenenpastor, zocht hij het gesprek met de gevangenen, hij luisterde naar hun verhalen, hij begreep hoe ze op het slechte pad waren gekomen en hij wekte hen op het rechte pad weer te bewandelen. Hij bleef hen begeleiden, soms wel jaren.

 

Als we dit alles overdenken gaat het beeld van Leonardus in ons midden spreken, dan ontdekken we de gebroken boeien die de patroon van de gevangenen in zijn rechterhand houdt en het evangelieboek dat hij met zijn linker draagt, de boodschap van Jezus die hem in beweging heeft gebracht.

 

Vandaag viert de Donk feest. Het gilde herdenkt met de mensen van Beek en Donk en gasten uit Duitsland en Vlaanderen de wijding van de oude kapel uit 1422. De jaarlijkse herdenking van de wijding van de oude kapel trok tot in de achttiende eeuw  vele pelgrims. Ze kwamen van heinde en ver, zo schrijft een van de pastoors van de Donk.

Nu, na meer dan twee eeuwen, is de tijd rijp om het feest van de Donckse Wij-ing weer te vieren met elkaar. Dit kleine kapelletje dat gildebroeders vierendertig jaar geleden hier aan het riviertje de Goorloop hebben gebouwd als opvolger van de verdwenen ruime kapel van 1422, moge tot in lengte van jaren een plek blijven waar mensen bij het beeld van Leonardus even komen bidden, een kaars opsteken en gesterkt weer verder gaan. Moge het geloof in Jezus, dat zich in daden van naastenliefde uit, het fundament zijn waarop dit bedehuis is gebouwd. Dan kan het de ergste stormwinden en regenbuien trotseren.

Amen

 

Voorbede

Gildebroeders dragen symbolen aan:

gildebroeder Jan Huijbers de Leonarduskaars,

gildebroeder Ruud Vermeulen de boeien,

gildebroeder Piet Rovers het kruis,

gildebroeders Mario van den Elsen en Jan Rovers de Leonardusbroodjes.

Gildebroeder Cees Huijbregts spreekt de gebedsintenties uit.

Allen beantwoorden de gebedsintenties zingend met:

“Heer, onze God, wij bidden U verhoor ons”.

 

De Leonarduskaars vertelt ons van gebed, licht en warmte.

Wij bidden voor alle mensen die, zoals Jezus en Leonardus, licht en warmte uitstralen,

die uitzicht bieden en bemoediging in onze soms zo duistere en koude wereld.

Dat zij niet ophouden stralende, warme mensen te zijn.

Bidden wij ook voor hen die snakken naar een spoortje van licht, een beetje hartelijkheid.

Dat er mensen zijn die hen horen en zien.

Laat ons zingend bidden…

 

Koor en allen: Heer, onze God wij bidden U verhoor ons.

 

De boeien herinneren ons eraan dat Leonardus gevangenen bevrijdde.

Bidden wij voor hen die om een losgeld gegijzeld worden, maar ook voor hen die in de gevangenis hun straf uitzitten. Denken wij ook aan hen die verslaafd zijn aan alcohol, drugs en gokspelen en aan hen die door hun driften worden geregeerd.

Bidden wij om bevrijding van ons allemaal.

Vragen wij God dat de enige band die mensen eens zal binden, de onderlinge liefde zal zijn.

Laat ons zingend bidden…

 

Koor en allen: Heer, onze God wij bidden U verhoor ons.

 

Het kruis is het teken van ons geloof.

In het hart van het kruis ontmoeten hemel en aarde elkaar.

Het kruis van Golgotha is schandpaal en troon tegelijk.

Aan dat kruis werd Jezus terechtgesteld, aan het kruis heeft zijn liefde gezegevierd.

Bidden wij aan de voet van dit kruis voor onze zieken,

dat zij liefdevolle aandacht mogen genieten

en voor onze overledenen, dat zij voorgoed thuis mogen zijn bij God.

Dat wij de nagedachtenis van onze overledenen in ere mogen houden.

Bidden wij ook voor onszelf, dat wij het kruis in ons leven willen aanvaarden

en dat wij het kruis van anderen proberen te verlichten.

Laat ons zingend bidden…

 

Koor en allen: Heer, onze God wij bidden U verhoor ons.

 

Brood is er om gegeten te worden. Het geeft leven.

Leonardus deelde zijn brood met armen, zwervers en pelgrims.

Het brood dat hij uitdeelde bracht mensen samen, ze konden weer lachen,

er werd een gemeenschap geboren.

Bidden wij, dat voor ons brood meer mag betekenen dan de onderkant van  ons beleg.

Dat brood voor ons een teken mag zijn van het leven samen gedeeld, van vriendschap. Bidden wij dat vriendschap duren zal, hier op de Donk, maar ook in de gildes van Sint Leonardus verspreid over heel Europa. Dat de vijf en dertig jarige vriendschapsband met Schützengesellschaft Gittelde tot in lengte van dagen bestendigd mag worden. Dat wij goede contacten mogen onderhouden met de Vereniging Leonardus in Zoutleeuw in Vlaanderen.

Laat ons zingend bidden…

 

Koor en allen: Heer, onze God wij bidden U verhoor ons.

 

Lied

Waar liefde mensen samenvoegt

worden stenen een paleis,

de kille straat een lentetuin,

de hel een paradijs.

 

Refrein:

Een land van licht en zonneschijn,

een haard waar men zich warmt:

een overvolle beker wijn,

een mens die je omarmt.

 

De deur roept je een welkom toe,

een stoel staat voor je klaar;

de tafel is. gastvrij gedekt,

een heerlijk avondmaal.

Refrein:

 

Besprenkeling van het beeld van Sint Leonardus

 

Besprenkeling van de kapel van Sint Leonardus

 

Het beeld van Sint Leonardus wordt in de kapel geplaatst

 

Lied bij de kapel

Zomaar een dak boven wat hoofden,

deur die naar stilte openstaat.

Muren van huid, ramen als ogen

speurend naar hoop en dageraad.

Huis dat een levend lichaam wordt

als wij er binnengaan

om recht voor God te staan.

 

Woorden van ver, vallende sterren,

vonken verleden hier gezaaid.

Namen voor Hem, dromen signalen

diep uit de wereld aangewaaid.

Monden van aarde horen en zien,

onthouden, spreken voort

Gods vrij en lichtend woord.

 

Tafel van Eén, brood om te weten

dat wij elkaar gegeven zijn.

Wonder van God, mensen in vrede,

oud en vergeten nieuw geheim.

Breken en delen, zijn wat niet kan,

doen wat ondenkbaar is,

dood en verrijzenis.

 

Onze Vader

 

Diaken:

Laten wij bidden tot God onze Vader met de woorden die Jezus ons gegeven heeft:

Allen:

Onze Vader, die in de hemel zijt;

uw naam worde geheiligd;

uw rijk kome;

uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood;

en vergeef ons onze schuld,

zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven;

en leid ons niet in bekoring;

maar verlos ons van het kwade.

Diaken:

Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef vrede in onze dagen, dat wij gesteund door uw barmhartigheid, vrij mogen zijn van zonde, en beveiligd tegen alle onrust. Hoopvol wachtend op de komst van Jezus, Messias, uw Zoon.

Allen:

Want van U is het koninkrijk

en de kracht en de heerlijkheid

in eeuwigheid. Amen

 

Vredeswens

 

Diaken:

Tot verbondenheid en vrede roept Jezus ons samen. Hij biedt ons zijn vrede aan. “Mijn vrede laat Ik u na”, sprak Hij tot zijn vrienden, “mijn vrede geef ik u”.

Zijn vrede mogen wij elkaar van harte toewensen. Laten we elkaar dan een teken van vrede geven.

 

Gebed

 

Allen:

Goede God, uw Zoon Jezus heeft blinden het gezicht teruggegeven, doven het gehoor. Lammen deed Hij lopen en melaatsen maakte hij rein. Armen heeft Hij voedsel en hoop gegeven.

Ook zijn apostelen hebben vele wonderdaden verricht.

De heilige Leonardus volgde hen na. Zijn goede daden raakten wijd en zijd bekend. Hij leefde uit de Blijde Boodschap van Jezus. Hij stond klaar voor mensen in nood. Hij hielp hen naar lichaam en ziel. Vele gevangenen wist hij te bevrijden.

Wij danken U voor zijn voorbeeld en wij vertrouwen op zijn

voorspraak bij U, telkens als wij in deze kapel komen bidden. Amen

 

Mededelingen

Hoofdman Geert-Jan van Rixtel Bzn

 

Zegen

 

Moge de zegen van de Allerhoogste ons begeleiden van dag tot dag.

Moge onze God het licht van zijn gelaat over ons doen opgaan

en ons vrede schenken:

de Vader en Zoon en de heilige Geest. Amen

 

Leonarduslied (vervolg)

 

Goede Jezus, hemelkoning,

hoor ons danklied, hoor ons bee.

Zegen Leonardus’ woning,

geef zijn volk geluk en vree. (2x)

 

Refrein:

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt

 

Leonardus, schutspatrone,

geef dat wij u hier beneen

trouw vereren en Gods Zone
loven door al d’ eeuwen heen. (2x)

Refrein

 

Laatst bewerkt op 5 june 2013, 19:11. Geplaatst op 5 june 2013, 18:59.

Gebedsdienst kermismaandag

Gebedsviering in de Sint Leonarduskapel, op 10 september 2012 om 11.30 uur,

ter gelegenheid van het koning schieten aan de Goorloop in de namiddag

 

Vrij als vogels

Welkom en kruisteken

 

Voorzanger is gildebroeder Piet Rovers

 

Lied “Zo lang er mensen zijn”

t. H. Oosterhuis/ m. Lyon 1548

 

Zolang er mensen zijn op aarde,

zolang de aarde vruchten geeft,

zolang zijt Gij ons aller Vader;

Wij danken U voor al wat leeft.

 

Zolang de mensen woorden spreken,

zolang wij voor elkaar bestaan,

zolang zult Gij ons niet ontbreken:

wij danken U in Jezus’ Naam.

 

Gij voedt de vogels in de bomen,

Gij kleedt de bloemen op het veld,

o Heer, Gij zijt mijn onderkomen,

en al mijn dagen zijn geteld.

 

Gij zijt ons licht, ons eeuwig leven,

Gij redt de wereld van de dood.

Gij hebt uw Zoon aan ons gegeven,

zijn lichaam is het levend brood.

 

Daarom moet alles U aanbidden,

uw liefde heeft het voortgebracht.

Vader, Gij zelf zijt in ons midden.

O Heer, wij zijn van uw geslacht.

 

Gebed (allen)

 

God, die leeft in wat groeit en bloeit, Gij nodigt ons uit op U te vertrouwen en ons niet te veel zorgen te maken. Vrij als vogels, mooi als bloemen van het veld mogen wij zijn. Slechts een ding is noodzakelijk: dat we  samen zoeken naar uw Rijk van gerechtigheid. Op uw woord zal al het overige ons als toegift geschonken worden. Amen

 

Lezing (gildebroeder Geert-Jan van Rixtel Bzn)

 

Dag lieve medemens,

neem de tijd om gelukkig te zijn,

je bent een wandelend wonder op aarde.

Je bent uniek, onvervangbaar.

Weet je dat?

Waarom sta je niet verstomd,

ben je niet blij,

verbaasd over jezelf

en over al die anderen om je heen?

Vind je het zo gewoon,

dat je leeft,

dat je leven mag?

Vind je het vanzelfsprekend,

dat je tijd krijgt om te zingen en te dansen?

Waarom zou je op jacht gaan naar steeds meer bezit?

Waarom zou je zorgen hebben

om de dingen van morgen en overmorgen?

Waarom ruzie maken, je vervelen, slapen als de zon schijnt?

Neem rustig de tijd om gelukkig te zijn.

Tijd is geen snelweg tussen wieg en graf,

maar ruimte om te parkeren in de zon,

om te leven en lief te hebben.

 

Lied

(enkele coupletten) t. M. v.d. Plas/m. W. ter Burg

 

Nu gaan de bloemen nog dood.

Nu gaat de zon nog onder.

Nooit gebeurt er een wonder,

niemand kan zonder brood.

 

Refrein:

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde

 

Nu heb je nooit genoeg.

Nu blijf je steeds iets missen

en in het ongewisse

of je ooit krijgt wat je vroeg.

Refrein:

 

Daar is geen dorst of verdriet.

Daar zal God ons omgeven.

Daar is gelukkig leven.

En het eindigt niet.

Refrein:

 

Lezing uit het evangelie volgens Mattheüs (6, 26-33) (gildebroeder André van Nunen)

 

Kijk eens naar de vogels in de lucht, zei Jezus.

Ze denken er niet over om te zaaien en te oogsten en ze slaan geen voorraden op in schuren. En toch zorgt hun hemelse Vader voor hen.

Zijn jullie niet veel meer dan vogels?

Wie van jullie is er in staat om zijn leven ook maar met een enkele dag te verlengen, al spant hij zich nog zo in?

Hoeveel moeite doen jullie niet voor je kleding.

Bekijk toch eens de bloemen in het veld, hoe ze groeien en bloeien.

Ze tobben zich niet af en hebben geen kleren nodig.

Maar dit is zeker: koning Salomo zag er in al zijn pracht niet fraaier uit dan die veldbloemen.

Als God dus het onkruid, dat vandaag nog op het veld staat en morgen al wordt afgemaaid en opgestookt, zó kleedt, zou Hij dan niet voor jullie zorgen?

Pieker toch niet altijd: Zullen we te eten hebben? Hebben we wel te drinken? Zo pijnigen zich de mensen die God niet kennen.

Jullie Vader in de hemel weet wel, dat jullie dat alles nodig hebben.

Wees vooral bezorgd om Gods rijk en om wat God van jullie verlangt.

Al het andere geeft Hij jullie op de koop toe.

Denk dus niet krampachtig aan de dag van morgen. Voor morgen wordt er wel weer gezorgd. Iedere dag heeft al genoeg eigen zorgen.

Zo spreekt de Heer

 

Overweging

 

Ze trokken nu al een hele tijd met Hem op die twaalf mannen. Enthousiast hadden ze zijn stem gevolgd. Met Hem die de blijde boodschap verkondigde dat Gods Koninkrijk op aarde op handen was, voor de deur stond, waren ze op weg gegaan. Huis en haard hadden ze verlaten, hun netten in de boot laten liggen, vrouw en kinderen vaarwel gezegd. Maar met dat koninkrijk van God op aarde wilde het nog niet zo vlotten. Het kwam nog maar niet van de grond. Ze zagen er nog niets van komen. Ze dreigden de moed te verliezen, hun geloof kwijt te raken.

 

Kijk eens om je heen, zegt Jezus, kijk naar de vogels, hoe onbezorgd ze door de lucht buitelen. Ze werken niet als kleine boeren, ze zaaien niet, ze maaien niet, ze slaan niet op in schuren en toch hebben ze te eten. God geeft hun te eten. Die zorgt wel voor hen.

Vertrouw ook op God, als God zo goed voor die vogels zorgt, zou hij dat dan nog niet veel meer voor jullie doen? Jullie zijn toch wel meer waard dan vogels.

Zo spreekt Jezus zijn leerlingen moed in.

 

Als je logisch redeneert, dan heb je misschien heel wat af te dingen op Jezus’ voorstelling van zaken. Kinderpraat, mompel je misschien tussen je tanden.

Dat is nog niet zover van de werkelijkheid verwijderd. Jezus troost en bemoedigt zijn vrienden, zoals een moeder haar kleine kinderen kan troosten.

De logica is in dit gesprek niet doorslaggevend, maar de hartelijkheid en het onverwoestbare vertrouwen dat Jezus uitstraalt. Het is als het kusje op de knie van een huilend kind dat gevallen is en toevlucht zoekt in de armen van zijn moeder.

 

Zorgen zijn er genoeg in het leven, zegt Hij, maar zoek eerst, voordat je aan de slag gaat voor het dagelijks brood en het dak boven je hoofd, het koninkrijk van God. Als je daarmee begint, dan komt de rest vanzelf wel.

 

Gildebroeders, hoe klinken die woorden van Jezus ons in deze verkiezingstijd, met als zijn leuzen en beloften, sommigen zeggen loze beloften, in de oren? Is dit nu het verlossende woord van Jezus waarop we zitten te wachten of is het misschien wel de grootste kletspraat?

 

Het koninkrijk van God is geen ster of planeet, geen land, geen staatsvorm, geen partij, geen stuk onbedorven natuur of een vakantieparadijs. Als we het daar zoeken zullen we het nooit vinden, zal het ons eeuwig ontglippen.

Het koninkrijk van God is een levenshouding, a way of live, een manier waarop wij mensen met elkaar in Gods naam mogen omgaan, als gelijkwaardige, beminnenswaardige wezens, zijn kinderen, broeders en zusters van elkaar, zoals wij als gildebroeders en gildezusters dat met elkaar proberen te doen in het Leonardusgilde.

 

Het rijk van God heeft ongekende groeimogelijkheden: het kan op elk moment en onder alle omstandigheden overal ontluiken en beginnen te groeien, als mensen -zelfs als zijn het weinige, zelfs al zijn het er maar twee, er voor elkaar willen zijn.

Het rijk Gods is oneindig levenskrachtig, het is ook uiterst kwetsbaar. Het wordt tot in zijn hart bedreigd als mensen elkaar niet meer willen zien, elkaar de rug toekeren. Dan kan het zomaar ophouden te bestaan.

 

Wie zoekt naar het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, volgens Jezus onze belangrijkste opdracht, durft op God en op de medemensen te vertrouwen, ondanks alles, ondanks alle tegenslagen en ontgoochelingen. Die mens zal werkelijk vrij zijn, die zal zijn als een van die vogels die vrij door het luchtruim buitelen, waarover Jezus spreekt en die door God worden gevoed.

 

Ja, gildebroeders en gildezusters, onze schutspatroon Sint Leonardus was voorbestemd om als edelman op te groeien aan het hof van koning Clovis. Hij heeft de weelde en de rijkdommen van het paleis gelaten voor wat ze waren en heeft een eenvoudig bestaan als kluizenaar geleefd. Hij hielp de boeren in de omgeving, hij bood reizigers onderdak, hij wist vele gevangenen nabij te zijn en uit de kerker te bevrijden.

Hij bezat een onaantastbare innerlijke rijkdom, hij was vrij.

 

Hoe fijn het kan zijn om vrij en onbezorgd als vrienden bij elkaar te zijn, heb ik aflopen zaterdag op het Wipke bij het kermiskoning schieten ervaren. Wat was het gezellig. Het leek wel een grote familie. Een vleugje van het koninkrijk van God was onder ons.

Nu wij vandaag gaan schieten op de vogel aan de Goorloop, wens ik ons allemaal opnieuw de vreugde en de vrijheid toe van het samen broeder en zuster zijn.

Amen

 

Lied: “Looft de Heer al wat gemaakt is”

(enkele coupletten) t. H. Oosterhuis- m. Nu dyn leven.

 

Looft de Heer, al wat gemaakt is, prijst zijn Naam,

verheft Hem voor eeuwig, dankt voor uw bestaan.

Looft Hem die gezeten is op tronen van gezang.

Zingt als rivieren mee voor God: Hij leve lang.

 

Storm en aarde, bomen, stromen, zon en vuur,

gij wolken en dromen, nachten, dag en duur,

licht en donker, dood en leven, wereld, mensenzaad,

weest mondig en volmaakt, loof Hem met woord en daad.

 

Dauw en regen, vorst en koude, ijs en sneeuw,

de slang en de vis, de vogel en de leeuw,

geesten in de hemel en gij mensen met uw stem,

gelooft Hem op zijn woord, dat gij bestaat in Hem.

 

Voorbede (gildebroeder Frans Meulensteen)

 

Kleingelovigheid hoeft niet, zegt Jezus,

wel eerst het rijk Gods zoeken.

Gods Rijk zoeken is ons eerste doel,

de rest volgt dan vanzelf wel.

Bidden wij om deze levenshouding:

 

voor allen die graaien in voorraadschuren,

en verzamelen in bankkluizen:

dat zij zichzelf niet verliezen

in hun zorg om wat voorbijgaat...

laat ons bidden…

 

voor alle twijfelaars en weifelaars,

voor hen die niet weten

waar zij hun geluk moeten zoeken:

dat zij ergens houvast vinden,

en de toekomst met vertrouwen

tegemoet leren zien…

laat ons bidden…

 

voor onszelf hier samengekomen:

dat wij durven in te gaan op Jezus’ uitnodiging

het rijk Gods te zoeken

en dat wij het vinden mogen…

laat ons bidden…

 

dat wij als gildebroeders en –zusters

en vrienden van het gilde

kracht en moed mogen putten

uit het leven van onze schutspatroon Sint Leonardus,

die eenvoud verkoos boven rijkdom en macht,

die de helpende hand werd van armen en gevangenen…

laat ons bidden…

 

dat wij onze verbondenheid

met onze overleden gildebroeders en gildezusters

mogen bewaren en versterken,

dat wij ons dankbaar hun goede daden blijven herinneren

en dat zij bij God voor ons ten beste mogen spreken…

laat ons bidden…

 

God, roep hen die U nog niet zoeken,

en kom tegemoet aan wie reeds hoopvol naar U uitzien.

Wees, om Jezus’ en Leonardus’ wille,

ons aller geborgenheid en vrede.

Amen

 

Onze Vader en Wees gegroet

 

Slotgedachte (afgaande koning gildebroeder Mario van den Elsen)

 

“Let eens op de vogels”, hoorden we vandaag tot ons zeggen, “ze leven uit Gods hand.” Dat mogen wij ook: leven uit Gods hand, ons verlaten op Hem die vogels en mensen een warm hart toedraagt.

 

Zegen

 

Gildebroeders en –zusters,

moge de zegen van de Allerhoogste

over ons komen,

opdat er in ons leven veel liefde is en licht,

opdat we vruchtbaar zijn en vol kracht,

opdat vrede en recht van ons mogen uitgaan.

Moge de glans van Gods gelaat

over ons opgaan en stralen.

Zo zegene ons allen

de Eeuwige

de Vader, Zoon en heilige Geest.

Amen

 

Sint Leonarduslied

 

Leonardus, u ter ere,

klinke luid ons jubellied!

Trouwe dienaar van den Heere,

neen, gij smaadt ons zangen niet. (2x)

 

Refrein:

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt

 

Lange jaren, honderdtallen,

hield de Donk Sint Leenderd hoog.

’t Volk, dat u te voet kwam vallen,

hief gelovig ‘t hart omhoog. (2x)

Refrein

 

Leonardus, schutspatrone,
geef dat wij u hier beneen

trouw vereren en Gods Zone
loven door al de eeuwen heen. (2x)

Refrein

 

Laatst bewerkt op 9 october 2012, 19:24. Geplaatst op 9 october 2012, 19:09.

Gebedsdienst jaarvergadering 2012

Jaarvergadering Gilde Sint Leonardus Beek en Donk

 

Gebedsdienst in de Sint Leonarduskapel op 25 februari 2012, 13.30 uur

 

Begroeting en inleidend woord

 

Kaars aansteken bij het beeld van St. Leonardus (J Huibers)

 

Lied (Piet Rovers)

 

Zomaar een dak boven wat hoofden,

deur die naar stilte openstaat.

Muren van huid, ramen als ogen

speurend naar hoop en dageraad.

Huis dat een levend lichaam wordt

als wij er binnengaan

om recht voor God te staan.

 

Woorden van ver, vallende sterren,

vonken verleden hier gezaaid.

Namen voor Hem, dromen, signalen

diep uit de wereld aangewaaid.

Monden van aarde horen en zien,

onthouden, spreken voort

Gods vrij en lichtend woord.

 

Tafel van Eén, brood om te weten,

dat wij elkaar gegeven zijn.

Wonder van God, mensen in vrede,

oud en vergeten nieuw geheim.

Breken en delen, zijn wat niet kan,

doen wat ondenkbaar is,

dood en verrijzenis

 

Gebed

 

Lezing uit Psalm 8 (André van Nunen)

                                                                           1

Eeuwige, hoe machtig is uw naam over heel de aarde.

 

Gij die uw luister aan de hemel spreidt,

met het lachen van een kind, het huilen van een zuigeling,

snoert Gij uw tegenstanders de mond

 

Als ik naar de hemel kijk, het werk van uw vingers,

de maan en de sterren door U daar bevestigd,

wie is dan de mens dat Gij aan hem denkt,

het mensenkind dat Gij naar hem omziet?

 

Een god bijna hebt Gij hem gemaakt,

hem gekroond met glans en glorie,

hem toevertrouwd het werk van uw handen

en alles aan zijn voeten gelegd:

 

schapen, geiten, al het vee,

en ook de dieren van het veld,

de vogels aan de hemel,

de vissen in de zee

en alles wat trekt over wegen der zeeën.

 

Eeuwige, hoe machtig is uw naam over heel de aarde.

 

Lied naar Psalm 95 (Piet Rovers)

 

Zingt een nieuw lied alle landen.

Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn naam.

 

Groot is de Heer, die wij vrezen en prijzen!

Aarde en lucht komen vers uit zijn hand,

schoonheid en kracht vergezellen Hem beide;

wild is de zee en tevreden het land.

 

Zingt een nieuw lied alle landen.

Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn naam.

 

Juicht wat in zee leeft, of leeft op de velden:

ziet uw Verlosser gaat komen, weest blij!

Wuift alle bomen der wouden, verwelkomt

juichend uw Koning, want Hij is nabij!

 

Zingt een nieuw lied alle landen.

Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn naam.

 

Lezing uit het evangelie volgens Lucas (14, 28-32)

(Geert-Jan van Rixtel Bzn)

 

Als iemand van jullie een toren wil bouwen, sprak Jezus, zal hij er dan eerst niet voor gaan zitten om een begroting te maken of hij wel genoeg bezit om hem te voltooien? Anders zou hem kunnen overkomen, als hij de fundering heeft gelegd en niet in staat is het werk tot een einde te brengen, dat allen die het zien hem gaan bespotten en zeggen: Die man begon te bouwen maar hij was niet in staat het einde te halen.

Of welke koning zal, als hij tegen een andere koning ten oorlog wil trekken, niet eerst overleggen of hij sterk genoeg is om met tienduizend man het hoofd te bieden aan iemand die met twintig duizend man tegen hem optrekt? Zo niet, dan stuurt hij, als de tegenstander nog ver weg is, een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden.

 

Overweging

 

Voorbede (Frans Meulensteen)

 

Onze Vader

 

Wees gegroet

 

Slotgedachte uit Psalm 133 (Mario van den Elsen)

 

Hoe goed is het, hoe heerlijk

als broeders bijeen te zijn!

Goed als olie op het hoofd

die vloeit over de baard

de baard van Aäron,

en druipt op de kraag van zijn gewaad,

 

als de dauw van de Hermon

die neerdaalt op de bergen van Sion.

Daar geeft de Heer zijn zegen:

leven voor altijd.

 

Zegen en zending

 

Sint Leonarduslied (Piet Rovers)

 

Leonardus, u ter ere,

klinke luid ons jubellied!

Trouwe dienaar van den Heere,

neen, gij smaadt ons zangen niet. (2x)

 

Refrein:

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt

 

Lange jaren, honderdtallen,

hield de Donk Sint Leenderd hoog.

’t Volk, dat u te voet kwam vallen,

hief gelovig ‘t hart omhoog. (2x)

Refrein

 

Leonardus, schutspatrone,
geef dat wij u hier beneen

trouw vereren en Gods Zone
loven door al de eeuwen heen. (2x)

Refrein

 

Geplaatst op 3 april 2012, 18:48

Viering patroonsdag 4 11 2011

Teerdag Gilde Sint Leonardus

 

Gebedsdienst Sint Leonarduskapel Donk

 

vrijdag 4 november 2011, 9.00 uur

 

Kruisteken en verwelkoming

 

voorganger:

Wij mogen ons welkom weten bij God, bij onze patroonheilige Leonardus en bij elkaar.

Laten wij elkaar op dit morgenuur van onze teerdag begroeten:

in de naam van de Vader en de Zoon en de heiige Geest

Amen

Laten we op deze blijde dag genieten van ons mens-zijn met elkaar, van het geloof dat wij delen.

Dat wij, komend uit een ver verleden , nog altijd een goede boodschap hebben

voor vandaag en mogen.

Laten we onder aanvoering van Piet twee strofen van het lied “Een mens te zijn op aarde” zingen.

 

Lied (mel. God groet u zuivere bloeme)

 

Een mens te zijn op aarde

in deze wereldtijd

is leven van genade

buiten de eeuwigheid,

is leven van de woorden

die opgeschreven staan

en net als Jezus worden

die ’t ons heeft voorgedaan.

 

Een mens te zijn op aarde

in deze wereldtijd

dat is de Geest aanvaarden

die naar het leven leidt;

de mensen niet verlaten,

Gods woord zijn toegedaan,

dat is op deze aarde

het kwade te verslaan.

 

Gebed

 

Voorganger:

“Wie zoekt zal vinden” staat er geschreven,

“wie klopt zal worden open gedaan”.

Zoeken wij de warme hand van Hem

die ons zijn bemoediging en aandacht schenkt.

 

Allen:

God, die nooit ver weg bent voor wie U zoeken,

zie ons in deze Sint Leonarduskapel samengekomen

om door U gevonden en aanvaard te worden.

Gij die weet wat in ons leeft,

zeg tot ons hart wat Gij voor ons voelt.

En laat ons in vrede elkaar nabij zijn,

door U toevertrouwd

aan elkaars broeder- en zusterschap.

 

Voorganger:

Zegen ons, God, met het licht van uw liefde,

opdat wij elkaar zien met uw ogen

en met velen het volk van uw verwachtingen mogen worden.

Amen

 

Lied (Allen)

 

Refrein

Neemt Gods woord met hart en mond,

eet en drinkt zijn nieuw verbond,

gedenkt uw Heer totdat Hij wederkomt.

 

Couplet:

Heer God, hier in ons midden,

maak uw belofte waar.

Nu laat uw woord geschieden

en schenk ons aan elkaar.

 

Gildebroeder Mario

Lezing uit het evangelie volgens Matteüs (6, 19-21. 25a.30-33)

 

Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg

en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. Waar je schat is zal ook je hart zijn.

Jullie kunnen niet God dienen en de mammon. Daarom zeg ik jullie: maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten of drinken, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken.

Als God het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven wordt gegooid al met zoveel zorg kleedt, met hoeveel meer zorg zal Hij

jullie dan niet kleden, kleingelovigen?

“Wat zullen we eten?” of “Wat zullen we drinken?” of”Waarmee zullen we ons kleden?” – dat zijn allemaal dingen die de heidenen najagen.

Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben.

Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid,

dan zullen al die andere dingen jullie erbij gegeven worden.

Zo spreekt de Heer

 

Overweging

 

Je kunt de krant niet opslaan, de radio, de televisie niet aanzetten of er wordt weer een nieuwe ontwikkeling gemeld over de eurocrisis. Ons geldsysteem is in gevaar, de economieën van Spanje, Italië en van Griekenland dreigen ineen te storten, vooral Griekenland staat op de rand van de afgrond. Er wordt eindeloos vergaderd door knappe koppen, door regeringsleiders, door de Europese Commissie. Alom worden forse bezuinigen afgekondigd, een noodfonds van een biljoen Euro, dat is duizend miljard Euro zal worden opgericht. Onvoorstelbaar, schuif het maar in mijn pet, wat moet ik aan met al dat gedoe van de hoge heren en dame?

 

We leven in een van de rijkste landen ter wereld, maar je zult maar een huis willen kopen of moeten kwijtraken, dat kost heel wat hoofdbrekens en veel geduld. Je zult maar werken bij grote bank ING, die prachtige kwartaalcijfers heeft en toch aankondigt 2700 medewerkers te gaan ontslaan in het zicht van nog moeilijkere tijden.

 

Wat moet je doen? De Grieken aan hun lot overlaten, veemdelingen weren of je tentje opslaan voor de Amsterdamse effectenbeurs? In ieder geval: zo kan het niet langer, we zijn toe aan een nieuwe maatschappij, waar de macht van het geld in handen van weinigen niet langer de motor van de economie is, waar niet langer de afbetaling van grote staatsschulden moet worden opgehoest door  weinig draagkrachtige burgers.

 

Hoe velen voelen zich gevangen zitten in gekrompen uitkeringen, in moeten sappelen om rond te komen? Eén baantje niet genoeg? Dan ook nog maar een bijbaantje. Hoe naar is het dan te moeten horen dat nog altijd financiële topmensen torenhoge bonussen opstrijken of met een gouden handdruk het bedrijf waar ze zijn mislukt verlaten.

 

In deze tijd worden veel mensen opgegeten door hun zorgen, ze raken uitgeblust. Waar is hun levenslust, hun creativiteit gebleven? Is het dan toch waar wat de filosoof Jean Paul Sartre ooit heeft gezegd: “Het leven is een rotte bloemkool”.

 

Misschien klinken ons Jezus’ woorden: verzamel geen schatten op aarde, maar in de hemel, beurzen die niet verslijten, schatten die niet door mot of roest aangetast kunnen worden, als te naïef, te lief, te wereldvreemd in de oren.

 

Onze patroonheilige Leonardus heeft ze ernstig genomen. Hij was een rijke jongen uit een adellijk geslacht, koning Clovis was bij zijn doop zijn peetvader. Hij had makkelijk een soort playboy kunnen worden. Maar hij heeft het niet gedaan. Hij is arm geworden, hij bouwde een kluis. Daar hielp hij mensen aan onderdak voor de nacht, verstrekte hun een maaltijd. Hij bezocht gevangenen en was hun in de gevangenis tot troost en wist er zelfs een aantal te bevrijden. Hij heeft Jezus’ raad  “Zoek eerst het rijk Gods en zijn gerechtigheid” opgevolgd.

 

Er kwamen mensen op hem af die met hem mee wilden doen. Samen waren ze rijk, omdat mensen hun hartelijkheid en behulpzaamheid waardeerden, omdat ze merkten, dat waar wordt gedeeld niemand iets tekort hoeft te komen.

 

Gildebroeders, we mogen trots zijn op onze patroonheilige. Hij heeft voor ons na vijftien eeuwen nog altijd een goede boodschap, die we waar mogen maken vandaag op onze teerdag, tijdens onze bijeenkomsten, thuis, op ons werk of waar ook. Een boodschap die het verdient gehoord te worden te midden van de Europese financiële crisis. Amen

 

Voorbede

 

Gildebroeder Frans Meulensteen

Laten we zoeken naar schatten die niet vergaan:

liefde tot onze naaste, eerbied voor de schepping.

Dat wij met elkaar deze zoektocht willen gaan.

Laat ons zingend bidden…

 

Laten we uitdelen uit beurzen die niet vergaan,

omdat ze gevuld zijn met aandacht voor elkaar,

beurzen die nooit leeg raken, want waar liefde wordt gedeeld

zal altijd meer dan genoeg zijn.

Laat ons zingend bidden…

 

Moge onze schatten, vriendelijkheid, geduld en bescheidenheid,

in het leven van alle dag niet gaan roesten, door motten worden aangevreten,

dat we met elkaar onze menselijkheid weten te bewaren.

Laat ons zingend bidden…

 

Dat we niet vergeten, dat we in het diepst van ons hart onze schat kunnen vinden,

dat de stem van ons geweten niet tot zwijgen wordt gebracht,

dat we in onze materialistische samenleving door de bomen het bos blijven zien.

Dat we Jezus’ woord “slechts één ding is noodzakelijk” willen horen.

Laat ons zingend bidden…

 

Laten we eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid zoeken,

en laten we vol verbazing ervaren dat onze stoffelijke behoeften

er niet onder hoeven te lijden.

Laat ons zingend bidden…

 

Laten we bidden,

dat ons Leonardusgilde een oefenplaats mag zijn

van oprechte broeder- en zusterschap.

Laat ons zingend bidden…

 

Laten wij blij en dankbaar herdenken

onze gildebroeders en gildezusters die overleden zijn,

omdat zij door God in zijn onvergankelijk leven opgenomen zijn.

Laten we op het einde van dit jaar vol genegenheid terugdenken

aan Richard van der Heijden.

Laat ons zingend bidden…

 

Heer onze God, Gij hoort onze gebeden,

wil ze ook verhoren

op voorspraak van Jezus uw Zoon

en van onze patroonheilige Sint Leonardus.

Amen

 

Onze Vader

 

Gebed om vrede en teken van vrede

 

Allen:

God van licht en leven,

geef ons oog voor al het goede

dat Gij oproept in mensen van vrede,

dat Gij teweegbrengt

in onze wereld op weg naar morgen.

En beweeg ons

om het onze daartoe bij te dragen.

Bemoedig ons om met velen

een gemeenschap te worden naar uw verwachtingen.

Amen

 

Allen geven elkaar een teken van vrede

 

Zegen  en Zending

 

Sint Leonarduslied

 

Leonardus, u ter ere,

klinke luid ons jubellied!

Trouwe dienaar van den Heere,

neen, gij smaadt ons zangen niet. (2x)

 

Refrein:        

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt.

 

Lange jaren, honderdtallen,

hield de Donk Sint Leendert hoog.

’t Volk, dat u te voet kwam vallen,

hief gelovig ‘t hart omhoog. (2x)

 

Refrein

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt

 

Leonardus, schutspatrone,

geef dat wij u hier beneen

trouw vereren en Gods Zone

loven door al d’ eeuwen heen. (2x)

 

Refrein

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt.

 

Laatst bewerkt op 6 november 2011, 12:07. Geplaatst op 6 november 2011, 11:57.

Gebedsdienst 12 september 2011

 

Gilde Sint Leonardus Beek en Donk

 

Gebedsdienst voorafgaand aan het Koningsschieten

op 12 september 2011

 

Het voornaamste gebod

 

Lied

 

Zingt voor de Heer van liefde en trouw,

die onder ons verblijven wou.

Zingt als het gras dat dankt voor dauw;

alleluja, alleluja.

 

Zingt voor de liefde die ons bindt,

die in ons hoofd haar woning vindt,

die in ons hart haar rijk begint;

alleluja, alleluja.

 

Zingt voor het heil dat komen gaat;

zingt voor de deur die open staat;

zingt voor de God die zingen laat;

alleluja, alleluja.

 

Kruisteken en welkom

 

Gildebroeders, laten we elkaar begroeten in de naam van onze God, die met ons gaat en bij ons is in alles wat we gaandeweg meemaken: in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen

 

Gebed

 

Allen:

In woord en werk van Jezus, God,

zegt Gij ons wat liefde doet:

hoe zij door mensenogen omziet naar anderen,

en ons tot anderen in beweging brengt.

Leer ons naar anderen om te zien

met de ogen van ons hart,

opdat wij bewogen worden

en doen wat ons hart zeggen zal,

en met velen de wereld van uw dromen worden,

uw rijk dat komt op hemel en aarde. Amen

 

Lezing uit de brief van Jacobus (2, 14-17)

 

Geloof zonder daden is waardeloos

 

Broeders, wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft, als hij geen daden kan laten zien? Kan zo’n geloof hem soms redden?

Stel dat een broeder of zuster geen kleren heeft en niets om te eten, en iemand van u zou zeggen: “Geluk ermee! Houd u warm en eet maar goed” en hij zou niets doen om in hun stoffelijke noden te voorzien – wat heeft dat voor zin?

Zo is ook het geloof, op zichzelf genomen, zonder zich in daden te uiten, dood.

 

Zo spreekt de Heer

 

Lied

 

Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht!

God laat mij voor uw aangezicht,

geheel van U vervuld en rein,

naar lijf en ziel herboren zijn.

 

Schep, God, een nieuwe geest in mij,

een geest van licht, zo klaar als Gij;

dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt

en ga de weg die U behaagt.

 

Wees Gij de zon van mijn bestaan,

dan kan ik veilig verder gaan,

tot ik U zie, o eeuwig Licht,

van aangezicht tot aangezicht.

 

Lezing uit het evangelie volgens Lucas (10, 25-37)

 

Het voornaamste gebod

 

Er trad een wetgeleerde naar voren om Hem op de proef te stellen. Hij zei: “Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven? Jezus sprak tot hem: “Wat staat er geschreven in de wet? Wat leest ge daar?”

Hij gaf ten antwoord: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, met al uw krachten en met geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf.”

Jezus zei: “Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven.”

Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden, sprak hij tot Jezus:

“En wie is dan mijn naaste?”

Nu nam Jezus weer het woord en zei:

“Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in handen van rovers. Ze plunderden en mishandelden hem en toen ze weggingen, lieten ze hem halfdood liggen.

Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg; hij zag hem wel, maar liep in een boog om hem heen.

Zo deed ook een leviet: hij kwam daar langs, zag hem, maar liep in een boog om hem heen.

Toen kwam een Samaritaan die op reis was, bij hem; hij zag hem en kreeg medelijden; hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze; daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem. De volgende morgen haalde hij twee denariën te voorschijn, gaf ze aan de waard en zei: “Zorg goed voor hem, en wat ge meer mocht besteden, zal ik u bij terugkomst vergoeden.”

Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn van de man die in de handen van de rovers gevallen is?”

De wetgeleerde antwoordde: “Die hem barmhartigheid betoond heeft.”

Jezus sprak: “Ga dan en doet gij evenzo.”

 

Zo spreekt de Heer

 

Overweging

 

De wetgeleerde is nieuwsgierig naar zijn jonge collega die al predikend door het land trekt. Hij wil hem beproeven, wil wel eens zien wat voor vlees hij met rabbi Jezus in de kuip heeft.

Hij de wetgeleerde, die de honderden regels en voorschriften van zijn geloof kent valt meteen met de deur in huis: “Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?” Jezus antwoordt met een tegenvraag: “Wat staat er geschreven in de wet?” De wetgeleerde antwoordt met de bekende samenvatting van de heilige boeken, een combinatie van enkele verzen uit Deuteronomium en Leviticus. Bemin God met alles wat in je is en je naaste als jezelf.

Jezus zegt: Vriend, Ik ben het helemaal met je eens. Doe het en je zult leven.

De Schriftgeleerde is teleurgesteld. Was dat nou alles? Hij had zich juist zo verheugd op een stevig debat. Het blijft bij die twee zinnetjes voor die rabbi Jezus. Hebben al die wetten en regels waar hij al zo lang op gestudeerd heeft, zo weinig waarde? Hij moet stof tot discussie loswrikken bij die Jezus, een onderscheiding aandragen waarover ze het met elkaar lekker oneens kunnen zijn. En hij tovert weer een vraag uit de hoed: “Wie is dan mijn naaste?” Zo, ga daar maar eens aan staan.

 

Gildebroeders, als kind heb daar ook al veel over nagedacht. Ja, pappa en mamma, hoorden er zeker bij, en mijn broertje en zusje ook, en mijn vriendje, maar die kinderen van het kamp die op onregelmatige tijden bij ons op school verschenen, daar kon ik me maar liever niet mee bemoeien.

En nu zie ik deze vraag regelmatig in het groot in de media verschijnen. Wat doen we bv. met de toelating van vreemdelingen in ons land, hoe ver moeten we gaan, wat is het verschil tussen echte asielzoekers en economische vluchtelingen, wie zal een verblijfstatus krijgen, wie dient uitgezet te worden, dikwijls na een frustrerende, slepende procedure? Of, moeten wetsovertredingen van minimale straffen worden voorzien?

 

Maar laten we eerlijk wezen, iedereen onze naaste, dat kan toch niet, alsof je een emmer leeggooit, nee, we moeten wel afbakenen, want anders kunnen we helemaal geen naasten hebben.

Ik denk dat die wetgeleerde misschien wel op die lijn zat. Hij was een man van de praktijk. Hij wilde het geloof in het leven van alledag toepasbaar maken, want als iedereen onze naaste zou zijn, dan is niemand onze naaste. Onbegonnen werk is het dan om tot daden te komen. Iets van die wetgeleerde zit ook wel in mij. Ik zal het niet ontkennen.

 

Jezus begint een verhaal te vertellen, over die man die langs de weg ligt te creperen en over de mensen die hem naderen. Jezus vertelt een verhaal. Een verhaal dwingt niet, het laat de toehoorders vrij, je kunt er in meegaan of afhaken, maar het neemt je onder de arm. En je mag als toehoorder je eigen conclusie trekken. Je moet Jezus standpunt niet delen, je mag het.

 

Twee geloofsgenoten zien de halfdode man wel liggen maar lopen in een boog om hem heen.

Maar uitgerekend een halve heiden, een soort ketter, een Samaritaan, die in Israël gemeden werd als de pest, buigt zich over de gewonde, verzorgt hem, brengt hem in veiligheid en neemt alle kosten op zich.

 

Jezus probeert de wetgeleerde, en ook mij, de kwestie van “Wie is mijn naaste?”,  vanuit een heel andere hoek te laten bekijken. Als Hij uitverteld is stelt Hij de Schriftgeleerde de vraag: “Wie was de naaste van de man die in rovershanden was gevallen?” En hij antwoordt, misschien wel tandenknarsend, want hij kon het woord Samaritaan niet over zijn lippen krijgen: “Die hem barmhartigheid heeft bewezen.” “Doe ook jij dat”, zegt Jezus, “en je zult leven”.

 

Barmhartigheid is het sleutelwoord in Jezus’ verhaal. Als een mens zich laat raken door het lot van een medemens of een groep medemensen, dan wordt hij of zij een naaste. Als ik Jezus goed begrijp, dan bestaat er in mijn leefwereld niet een voorraadje naasten, zoals boeken in de kast: romans, detectives, puzzelwoordenboeken, noem maar op, die ik naar believen van de plank kan halen of terugzetten. Nee, als ik de stem van mijn hart volg, als ik mij door medelijden laat bewegen, geraakt word door het lot van de mens ,die misschien wel geheel onverwacht, mijn pad kruist, dan wórd ik de naaste van die ander. Jezus keert de zaak om en wat doet die omkering met mij?

 

Waren de priester en de leviet die de gewonde man voorbij liepen slechte mensen, bedoelden ze het verkeerd? Ik denk van niet. Waarschijnlijk waren ze op weg naar de tempel in Jeruzalem om daar hun liturgische dienst te gaan verrichten. En het aanraken van die gewonde zou hen waarschijnlijk met bloed besmeurd hebben en daardoor zouden ze onrein worden en zouden ze die dag niet aan het altaar hebben mogen dienen.

 

Jezus kiest in zijn verhaal een nieuwe volgorde. Wie of wat is het belangrijkste? De mens in nood is de belangrijkste. Kerkelijke en liturgische regels moeten hoeven er niet in alle omstandigheden toe te doen.

God dienen is ook luisteren naar de stem van je hart, je door medelijden laten bewegen. De heilige ruimte is niet alleen in het kerkgebouw te vinden maar overal waar een mens wordt geholpen. Godsdienst is ook mensendienst. De in joodse ogen ketterse Samaritaan dient God zoals deze gediend wil worden. Hij stapt over scheidslijnen heen en helpt een mens. Hij is de naaste van de man die in rovershanden was gevallen. Dat mag ons te denken geven. Amen

 

Voorbede

 

Voorbede

 

Laten wij ons hart openen voor God en voor elkaar

en bidden wij:

 

om aandachtige ogen die zien wat er in onze medemensen omgaat,

om gevoelige oren die horen wat er in het hart van onze medemensen leeft,

om openheid die onze schroom en tegenzin overwint,

om moed om ons eigen gelijk tussen haakjes te zetten,

om er te zijn waar dat nodig is.

Laat ons bidden…

Allen: Heer, onze God, wij bidden U verhoor ons

 

En laten wij bidden om geloven als werkwoord,

als een levensstijl waarin Jezus ons is voorgegaan,

dat wij meer inspiratie uit zijn verhalen putten

dan uit woorden gegoten in wetten en regels.

Laat ons bidden…

Allen: Heer, onze God, wij bidden U verhoor ons

 

Laten we bidden om gevoeligheid voor de tekenen van de tijd,

om openheid voor hoopvolle ontwikkelingen dichtbij en ver weg,

Dat mensen die hier in Zuidoost Brabant leven ver van hun geboortegrond

de ruimte krijgen en veroveren om een veilig bestaan op te bouwen.

Laat ons bidden…

Allen: Heer, onze God, wij bidden U verhoor ons

 

Laten we bidden dat we door de bomen het bos blijven zien,

dat we niet ontmoedigd raken

door harde politiek, door knellende kerkelijke structuren,

maar kracht putten uit alle hulp en liefde die gewone mensen elkaar geven

en dat wij blijven geloven dat ook overheden en machthebbers

zich tot Jezus kunnen bekeren.

Laat ons bidden…

Allen: Heer, onze God, wij bidden U verhoor ons

 

Laten we als gildebroeders en –zusters bidden dat we vol goede moed zijn,

verheugd over elke glimlach, elk schouderklopje, elk goed woord

van elkaar gekregen en aan elkaar gegeven.

Laat ons bidden…

Allen: Heer, onze God, wij bidden U verhoor ons

 

Laten we bidden voor gouden gildebroeder Jan Huibers, zijn vrouw Maria en zijn gezin,

dat zij en wij allen nog lang van het prachtige jubileum mogen nagenieten.

Laten we bidden, dat onze strijd om de koningsvogel die vandaag zal losbarsten

spannend en plezierig mag zijn en dat de nieuwe koning het komend jaar vol waardigheid

zal heersen.

Laat ons bidden…

Allen: Heer, onze God, wij bidden U verhoor ons

 

 

Laten we bidden dat onze Leonardusgemeenschap

van gildebroeders, gildezusters, vrienden en vriendinnen van het gilde

mag bloeien

en bidden wij ook dat wij verbonden mogen zijn met hen die overleden zijn.

Wij denken hardop aan Richard van der Heijden die ons dit jaar ontviel.

Wij missen hem zeer.

Laat ons bidden…

Allen: Heer, onze God, wij bidden U verhoor ons

 

Onze Vader

 

Gebed om vrede

 

Voorganger:

Wij keren ons hart tot God, opdat zijn vrede in ons woont,

en wij in het licht van zijn menslievendheid

elkaar mogen zien met nieuwe ogen.

 

Allen:

Tot U die deze dag hebt gemaakt

en die in Jezus, onze broeder,

licht van liefde doet stralen in onze nog onvolkomen wereld,

bidden wij.

Verdrijf omwille van Hem alle duisternis uit ons denken en doen,

opdat wij, tot elkaar bevrijd, mensen worden als Hij.

Maak ons nieuw, dienstbaar aan elkaars geluk en vrede.

 

Voorganger:

Moge God zijn vrede in ons neerleggen, opdat wij die delen met velen

en samen het volk van zijn verwachting worden.

Geef elkaar een teken van die vrede. Amen

 

Vredesgebaar

 

Leonarduslied

 

Leonardus, u ter ere,

klinke luid ons jubellied!

Trouwe dienaar van den Heere,

neen, gij smaadt ons zangen niet. (2x)

 

Refrein:

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt

 

Lange jaren, honderdtallen,

hield de Donk Sint Leenderd hoog.

’t Volk, dat u te voet kwam vallen,

hief gelovig ‘t hart omhoog. (2x)

Refrein

 

Leonardus, schutspatrone,
geef dat wij u hier beneen

trouw vereren en Gods Zone
loven door al de eeuwen heen. (2x)

Refrein

 

Slotgedachte

 

“Ga dan”, sprak Jezus tot een wetgeleerde, “ga dan, en doe gij evenzo. Doe als de Samaritaan die zag en hulp bood.”

“Ga dan en doe gij evenzo”, zegt Hij ook tot ons, in de hoop dat ook wij zullen zien en in beweging komen; in de hoop dat wij naasten zullen worden voor hen die gezien worden met de ogen van ons hart.

 

Zegen

 

Laatst bewerkt op 18 september 2011, 09:09. Geplaatst op 18 september 2011, 08:58.
Nieuwere berichten » «Oudere berichten