Anno 1422
Gilde Sint Leonardus
Beek en Donk

Onze Gildepastor Franklin De Coninck

 

Noveengebed

 

Goede God, door uw Zoon Jezus heeft U veel wonderen verricht:

blinden konden weer zien en lammen lopen, melaatsen genazen en

doven konden weer horen, doden stonden op en aan armen werd de

Blijde Boodschap verkondigd. Ook de apostelen hebben in de naam

van Jezus veel wonderen gedaan.

 

Leonardus volgde hen na. Hij leefde vanuit de Blijde Boodschap.

Hij stond open voor mensen in nood. Hij hielp hen naar lichaam en ziel.

Vele gevangenen wist hij te bevrijden.

 

Wij vragen U, hemelse Vader, leer ons de kracht van de voorspraak van de

heilige Leonardus kennen en verleen ons de gunst waarom wij bidden.

( Hier kan de eigen intentie worden genoemd.)

 

Dit vragen wij U, vertrouwend op de hulp van de heilige Leonardus en

in de naam van Jezus Christus die ons leerde bidden:

 

Onze Vader...

 

Beek en Donk       maart 2007

St. Leonardus Gilde

Donckse Wij-ing 2014

Feest van de Donckse Wij-ing

 Gebedsdienst bij de Sint Leonarduskapel aan de Goorloop

op zondag 25 mei 2014 om 10.00 uur

 Een eerbiedig en gezellig samenzijn van gildebroeders, gildezusters, vrienden en buurtgenoten, vereerders van Sint Leonardus

uit Beek en Donk en wijde omgeving.

De gezangen worden verzorgd door het Dameskoor Sint Leonardus

o.l.v. H. Heesakkers.

Voorganger: gildepastor diaken F. De Coninck

 

Openingszang: Het Leonarduslied (vier coupletten)

 Allen:

Leonardus, u ter ere,

klinke luid ons jubellied!

Trouwe dienaar van den Heere,

neen, gij smaadt ons zangen niet. (2x)

 

Lange jaren, honderdtallen,

hield de Donk Sint Leendert hoog.

’t Volk, dat u te voet kwam vallen,

hief gelovig ‘t hart omhoog. (2x)

 

Refrein:

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt

 

Steeds in breder, breder scharen

trokken pelgrims naar de Donk.

Heind’ en verre klonk de mare

van ‘tgeen hun Sint Leendert schonk. (2x)

 

Leonardus, rouw en smarte

brak voor ’t Donkse kerkje aan.

Alles viel, - in Donkse harten

bleef uw naam geschreven staan. (2x)

 

Refrein:

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt

 

Begroeting en kruisteken

Inleidend woord door Hoofdman Geert-Jan van Rixtel Bzn

Gebed om bevrijding

Allen:

God onze Vader, Gij hebt aan de heilige Leonardus de gave geschonken om gevangenen te bevrijden.

Verleen ons, op zijn voorspraak, dat wij worden bevrijd

van wat ons leven bedreigt.

Te vaak zitten wij gevangen in ons falen, in ons verdriet,

in ons gebrek aan geloof, aan enthousiasme.

Maak ons tot vrije, gelukkige mensen.

Schenk ons vergiffenis en geef, dat wij anderen kunnen vergeven.

Dat vragen wij U door Jezus Christus onze Heer. Amen

 

Kyrie en Gloria: uit de Mis in D. van Theo van de Weijer

 

Lezing uit het eerste boek Koningen (1 Kon. 17, 8-16)

 

Gildebroeder Geert-Jan van Rixtel Fzn:

Er was een grote hongersnood uitgebroken die lang aanhield. De graanschuren waren leeg. Het voedsel was op. De profeet Elia zwierf dorstig en hongerig rond.

Toen hij bij de stadspoort van Serafat aankwam zag hij een weduwe die bezig was hout te sprokkelen. Hij riep haar en vroeg of ze een kommetje water wilde halen, zodat hij zijn dorst kon lessen. Terwijl ze wegliep om water te halen, riep hij haar na of ze ook een stuk brood voor hem wilde meenemen. “Zowaar de Heer, uw God, leeft,” antwoordde zij, “ik heb niets meer in voorraad, alleen een handjevol meel in de pot en een restje olijfolie in de kruik. Kijk, ik heb een paar takken geraapt om iets te eten te maken voor mijn zoon en mij. Als dat op is zullen we van honger sterven.” Maar Elia zei: “Maak u niet ongerust. Doe wat u van plan was, maar bak van wat u in huis hebt iets voor mij en kom me dat brengen. Daarna kunt u voor uzelf en uw zoon iets klaar maken, want dit zegt de Eeuwige, de God van Israël: Tot op de dag dat ik weer regen op de aarde zal laten vallen, zal er meel in de pot zijn en zal de oliekruik niet leeg raken.” De vrouw ging naar huis en deed wat Elia had gezegd. En ze hadden elke dag te eten, zij, Elia en haar familie. Er was meel in de pot en de oliekruik raakte niet leeg, zoals de Eeuwige bij monde van Elia had beloofd.

Zo spreekt de Heer

 

Het lied van de oprechte liefde (m. Auld lang syne)

Waar liefde mensen samenvoegt

worden stenen een paleis,

de kille straat een lentetuin,

de hel een paradijs.

 

Refrein:

Een land van licht en zonneschijn,

een haard waar men zich warmt:

een overvolle beker wijn,

een mens die je omarmt.

 

De deur roept je een welkom toe,

een stoel staat voor je klaar;

de tafel is. gastvrij gedekt,

een heerlijk avondmaal.

Refrein:

 

Lezing uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas (4, 16-30)

 

Gildebroeder Frans Meulensteen

Jezus keerde gesterkt door de Geest terug naar Galilea. Het nieuws over Hem verspreidde zich in de hele streek. Hij gaf onderricht in de synagogen en werd door allen geprezen. Hij kwam ook in Nazaret, waar Hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging Hij op sabbat naar de synagoge. Toen Hij opstond om voor te lezen, werd Hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en Hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat:

 

“De Geest van Heer rust op mij,

want Hij heeft mij gezalfd.

Om aan armen het goede nieuws te brengen

heeft Hij mij gezonden,

om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken

en aan blinden het herstel van hun zicht,

om onderdrukten hun vrijheid te geven,

om een genadejaar van de Heer uit te roepen.”

 

Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op Hem gericht.

 

Hij zei tegen hen: “Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.”

Zo spreekt de Heer

 

Overweging

Koorzang: Veni Jesu

Voorbede

Gildebroeders dragen symbolen aan:

gildebroeder Mario van den Elsen het kruis,

gildebroeder Jan Huijbers de Leonarduskaars,

gildebroeder Ruud Vermeulen de boeien,

gildebroeders Huub van de Heuvel en Jan Rovers manden met Leonardusbroodjes.

Gildebroeder Cees Huijbregts spreekt de gebedsintenties uit.

 

Na elke bede zingen allen met het koor:

Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.

 

Vendelgebed

 

Gildebroeder Geert-Jan van Rixtel Fzn tromt,

gildebroeder Tijn van der Bruggen leest,

gildebroeder Frans Meulensteen vendelt.

 

Het koor zingt het Onze Vader (Rimski Korsakov)

 

Koorzang: Frieden en vredeswens

 

Gebed

 

Allen:

God onze Vader, wij danken U voor dit samenzijn bij de kapel. Wij herdachten de wijding van onze Donkse Sint Leonarduskapel. Moge de geest van het evangelie, zoals de heilige Leonardus die heeft uitgedragen, ons hart verwarmen. Mogen wij van dag tot dag elkaars bondgenoten zijn: in onze gezinnen, in het gilde, overal waar mensen zijn. Mogen we met elkaar vrij zijn en gelukkig en de uitdagingen van het leven samen aangaan. Dit bidden wij U door Jezus onze Broeder en Heer en op voorspraak van Sint Leonardus onze patroon. Amen

 

Mededelingen door Hoofdman Geert-Jan van Rixtel Bzn

Wijding van de Leonardusbroodjes

Voorganger:

Goede Vader in de hemel, die ons het leven schonk en ons behoedt,

wij danken U voor het goede voorbeeld van Leonardus van Noblat, die voor vele mensen een bevrijder was. Hij is de patroon van de mensen van de Donk en van ons gilde, al vele eeuwen.

Zegen deze Sint Leonardusbroodjes, opdat degenen die ze bewaren en eten erdoor gesterkt worden naar lichaam en ziel.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen

 

Zegen

 

Leonarduslied: overige coupletten

 

Allen:

Op den puinhoop waar zij knielden,

bouwde straks het nageslacht.

Hun geloof dat ons bezielde

heeft deez’ kerk tot stand gebracht. (2x) 

 

Refrein:

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt

 

Goede Jezus, hemelkoning,

hoor ons danklied, hoor ons bee.

Zegen Leonardus’ woning,

geef zijn volk geluk en vree. (2x)

 

Leonardus, schutspatrone,

geef dat wij u hier beneen

trouw vereren en Gods Zone
loven door al d’ eeuwen heen. (2x)

 

Refrein:

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

 

dat ons ten hemel richt

Laatst bewerkt op 26 mei 2014, 18:59. Geplaatst op 26 mei 2014, 16:35.

Gebedsdienst jaarvergadering 2014

Jaarvergadering Gilde Sint-Leonardus Beek en Donk

18 januari 2014

Gebedsviering

Lied (Liederen worden ingezet door gildebroeder Piet Rovers)

 

Dank U voor deze nieuwe morgen,

dank U voor deze nieuwe dag,

dank U dat ik met vreugd’ en zorgen

bij U komen mag.

 

Dank U voor alle bloemengeuren,

dank U voor ieder klein geluk,

dank U voor alle held’re kleuren,

dank U voor muziek.

 

Dank U dat Gij hebt willen spreken,

dank U, Gij hoort een ieders taal,

dank U dat Gij het brood wilt breken

met ons allemaal

Welkom en kruisteken

Welkom gildebroeders, we beginnen onze jaarvergadering met gebed.

Wij willen God danken

voor al het goede dat ons in het voorbije jaar ten deel is gevallen

en wij bidden om zegen

voor het jaar dat nog voor ons open ligt.

De dagen worden weer langer, vooral ’s avonds is dat al een beetje te merken.

Bidden we,

dat het licht van God in ons komt

en ons verstand verheldert en ons hart verwarmt.

Laten we een ogenblik stil zijn,

als gildebroeder Jan Huijbers de Leonarduskaars aansteekt

en zeggen wij vooraf:

in de naam van de Vader en de Zoon en heilige Geest.

Amen

De Leonarduskaars wordt ontstoken (gildebroeder Jan Huybers)

Gebed (Allen)

 

En laten we samen bidden…

Goede God, Gij die er voor ons zijt,

 

van jaar tot jaar, van dag tot dag,

2014 is nog nieuw.

Wat zal het ons brengen?

Wij hopen,

dat er onder ons veel goeds zal ontkiemen,

en dat wij, mocht het ons treffen,

op waardige wijze

tegenslag en verdriet zullen dragen.

Dat vragen wij als gildebroeders ,

op voorspraak van Leonardus,

onze patroonheilige. Amen

Lezing uit het boek Prediker (3, 1-8, gildebroeder Frans Meulensteen)

Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd. Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om wat geplant is te oogsten. Een tijd om te doden en een tijd om te genezen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen. Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen. Een tijd om stenen weg te gooien en een tijd om stenen te verzamelen, een tijd om te omhelzen en een tijd om van omhelzen af te zien. Een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te doen. Een tijd om stuk te scheuren en een tijd om te herstellen, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken. Een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten, een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede.

 

Lied

Nu gaan de bloemen nog dood.

Nu gaat de zon nog onder.

Nooit gebeurt er een wonder,

niemand kan zonder brood.

Refrein

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw,

de hemel en de aarde.

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw,

de hemel en de aarde.

 

Nu heb je nooit genoeg.

Nu blijf je steeds iets missen

en in het ongewisse

of je ooit krijgt wat je vroeg Refrein

 

Daar is geen zon en geen maan.

Daar zal God ons verlichten.

Daar zullen alle gezichten

vol van zijn heerlijkheid staan Refrein

Lezing uit het evangelie volgens Marcus (4,26-29, gildebroeder Tijn van der Bruggen)

Het gaat met het Rijk Gods als met een man die zijn land bezaait; hij slaapt en staat op, ’s nachts en overdag, en onderwijl kiemt het zaad en schiet op, maar hij weet niet hoe. Uit eigen kracht brengt de aarde vruchten voort, eerst de groene halm, dan de aar, dan het volgroeide graan in de aar. Zodra de vrucht het toelaat, slaat hij er de sikkel in, want het is tijd voor de oogst.

 

Overweging

Het is vandaag alweer de achttiende dag van het nieuwe jaar 2014. Twee weken geleden ontmoetten wij elkaar met vrienden en bekenden voor een nieuwjaarsbijeenkomst op Het Wipke, met veel gezelligheid, een glaasje en ouderwets lekkere snert met roggebrood. En voor je het weet, begint het nieuwe jaar zijn nieuwheid al een beetje te verliezen.

Tijd: we leven erin, we kunnen niet zonder, als onze tijd ophoudt sterven we. Dan is onze tijd voorbij.

Veel mensen klagen dat ze tijd tekort komen, dat een week, een vakantieperiode, een jaar veel te vlug voorbij is gegaan. Zelfs mensen van het seniorenkoor die ik wekelijks zie, klagen erover dat de tijd voorbij vliegt, terwijl ze toch alle tijd van de wereld zouden moeten hebben, denk je.

Jonge mensen met kleine kinderen, moeten met hun tijd woekeren. Elke dag vroeg opstaan, met de kinderen de badkamer in, aankleden, ontbijten. Kinderen naar het kindcentrum brengen of naar een oppasmoeder en dan naar het werk. De vader naar het zijne, de moeder naar het hare. Tijdens de middagpauze nog wat boodschappen doen. Na vijf uur gauw naar huis, vaak in de file zitten, kinderen ophalen, eten koken, nog een spelletje, een verhaaltje voor het slapen, dan nog even languit op de bank, wat tv kijken, maar toch vroeg naar bed, want morgen weer vroeg op.

Maar over de wijze waarop mensen hun tijd gebruiken en beleven kan nog zo veel meer worden gezegd. Ieder kan er zijn eigen verhaal bij vertellen. Maar al dat slaven en draven wat mensen elke dag weer doen of niet doen, omdat ze gedwongen stilzitten, door werkloosheid of ziekte, een ongeluk, het kan op een gebed zonder eind lijken, een eindeloze worst, plat gezegd. Wat is de zin van al ons menselijk gedoe? Ik denk, dat de lezing uit het boek Prediker van meer dan twee duizend jaar geleden, herkenning bij ons kan oproepen en ons doen verzuchten dat er in al die eeuwen nog niet veel is veranderd. En dit is het voor ons, mensen, hiermee zullen we het moeten doen, lijkt Prediker te willen zeggen.

Jezus heeft vandaag ook een verhaal voor ons, het is niet lang, Hij heeft het verteld aan de mensen van zijn tijd. Ook al lang geleden, maar nog heel herkenbaar. Het gaat over een boer die hard werkt: ploegen, eggen, zaaien en afwachten hoe de oogst zal uitvallen. Het werk van de boer kan niet gemist worden en het is maar goed dat hij het gedaan heeft, maar waar komt de groeikracht van dat zaad vandaan? Zomaar komen de groene sprietjes op bij de eerste lentezon. Hij begrijpt er niets van, hij gaat naar bed en hij staat op, en hij snapt het niet, maar de aarde is zo vruchtbaar, de natuur zo sterk, kijk eens hoe het gewas op de akker zich onweerstaanbaar ontwikkelt: eerst de groene halm, dan de aar, dan het volgroeide graan in de aar. Als ik mijn ogen sluit bij deze woorden van Jezus dan is het net of ik naar een mooie opname uit een natuurfilm zit te kijken. En wat een vreugde als de tijd voor de oogst is aangebroken, dan slaat de boer onmiddellijk de sikkel in het rijpe koren.

Heel subtiel vertelt Jezus ons, dat we vertrouwen mogen hebben ook al zien we het in ons leven soms niet zitten, zijn we gefrustreerd, teleurgesteld, uitgeblust: we mogen vertrouwen op de oerkracht die ons draagt, die ons nooit in de steek laat en die ons brengen zal naar iets waar we voorlopig allen nog maar van kunnen dromen, maar we moeten wel meehelpen, zoals die boer. Amen

Voorbede (gildebroeder André van Nunen)

Jezus,

 

en velen in zijn voetspoor,

zoals onze patroonheilige Leonardus,

namen het op voor onderdrukte en kleingehouden mensen.

Bidden wij om mensen zoals zij voor de wereld van vandaag en morgen…

 

Voor mensen die moeten leven onder dwang en dictatuur:

dat er steeds weer mensen opstaan die zich verzetten tegen dit onrecht,

zoals ooit Leonardus deed en in onze tijd Nelson Mandela,

dat er onder ons voorgangers naar vrijheid en vrede mogen zijn.

Laat ons zingend bidden….

 

Voor mensen die,

bedacht op eigen welzijn,

anderen aan hun lot overlaten:

dat zij zich bekeren,

en in woord en daad

vruchtbaar worden voor de wereld …

Laat ons zingend bidden….

 

Voor ons, hier samengekomen:

dat Jezus’ verhaal van het stil kiemende graan

ons mag aanspreken,

dat zijn geest over ons vaardig mag worden,

opdat ook wij brood en vrede, licht en liefde delen met velen…

Laat ons zingend bidden….

 

Voor hen die ons dierbaar zijn,

voor de zieken onder ons,

voor gildebroeder Frans,

dat we hem en zijn gezin nabij en tot steun mogen zijn,

(Er wordt een kaarsje voor Frans aangestoken)

 

voor onze overleden gildebroeders en gildezusters

vandaag in het bijzonder voor Rieky Huijbregts

dat ze nu thuis mogen zijn bij God,

voor onze gildebroeder Cees,

dat hij troost en kracht mag ondervinden om toch weer verder te gaan.

Laat ons zingend bidden….

 

Maak vruchtbaar, God,

allen die zich aan U toevertrouwen.

Vervul ons allen van de gezindheid die in Jezus was,

opdat wij, zoals Hij,

mensen voor mensen worden.

Amen

Onze Vader

Wees gegroet

Vredeswens

Tot verbondenheid en vrede roept Jezus ons samen.

Hij biedt ons zijn vrede aan.

“Mijn vrede laat ik jullie na”,

sprak Hij tot zijn vrienden,

“mijn vrede geef ik jullie”.

Zijn vrede mogen wij elkaar van harte toewensen.

Laten wij elkaar een teken van vriendschap en vrede geven.

Slotgedachte (gildebroeder Geert-Jan van Rixtel Bzn)

Groeien is kunnen leven met onzekerheden, naar anderen toe gaan zonder vooroordelen, delen, ontvangen en geven, er zijn zonder te eisen, je in vrijheid binden, kiezen voor datgene wat mensen meer mens maakt.

 

Zending en zegen

Waar mensen gaan delen, wordt de wereld nieuw.

Zo wordt Gods droom de onze,

ontkiemt het zaad op onze akkers,

nog voor wij het beseffen.

Moge Hij ons daartoe zegenen,

in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.

Amen

En gaan wij na het Leonarduslied heen in vrede

Sint Leonarduslied

Leonardus, u ter ere,

klinke luid ons jubellied!

Trouwe dienaar van den Heere,

neen, gij smaadt ons zangen niet. (2x)

 

Refrein:

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt

 

Lange jaren, honderdtallen,

hield de Donk Sint Leendert hoog.

’t Volk, dat u te voet kwam vallen,

hief gelovig ‘t hart omhoog. (2x)

Refrein

Leonardus, schutspatrone,
geef dat wij u hier beneen

Trouw vereren en Gods Zone
loven door al d’ eeuwen heen. (2x)

 

Refrein

Laatst bewerkt op 19 januari 2014, 18:54. Geplaatst op 19 januari 2014, 18:32.

Eucharistieviering 3 november 2013

Het Gilde Sint-Leonardus vierde met de parochiegemeenschap van Beek en Donk

op zondag 3 november 2013 om 11.00 uur

in de kerk van de H. Michaël

het feest van zijn Patroon

Voorgangers: J. Verbraeken, pastoor en F. De Coninck, diaken-gildepastor

Acolieten: gildebroeders Cees Huijbregts en Jan Huijbers

Muzikale ondersteuning: Sint-Leonardusdameskoor

 

Dirigent H. Heesakkers, organiste A. Werners

 

Inleidend woord (diaken Franklin De Conick)

“Hier wordt een huis voor God gebouwd”, zongen we zojuist, een prachtig lied, dat toch een wrang gevoel in mij oproept, omdat op 13 januari van dit jaar een van de twee prachtige kerkgebouwen die ons dorp Beek en Donk rijk is, na ruim honderd jaar aan de eredienst werd onttrokken:

de Leonarduskerk, nog maar kortgeleden prachtig gerestaureerd. Toch werd de deur op slot gedaan. Het kon niet anders, want ter wille van de toekomst van ons bisdom moet er worden gereorganiseerd, het aantal parochies sterk worden ingekrompen, kerken gesloten.

Heel wat bewoners van de Donk bleven bedroefd achter. Ook het gilde Sint Leonardus had het er moeilijk mee. Maar nu zijn de gildebroeders en gildezusters toch met vele parochianen hier in deze Michaëlkerk in Beek samengekomen om het jaarlijks feest van hun patroonheilige te vieren.

Leonardus in Beek, in de Michaëlkerk, kan dat zo maar?

Ja, dat kan. Ik denk, dat Leonardus het er niet zo moeilijk mee heeft. Hij kan ons in ons gemis inspireren en bemoedigen.

De jonge Leonardus is niet op één plaats blijven plakken. Hij was niet aan het pluche van het hof van koning Clovis gehecht, maar is op pad gegaan zijn roeping achterna. Hij is de edelman, die kluizenaar werd, de helper van boeren, reizigers en gevangenen. Hij maakte een voetreis van meer dan duizend kilometer tot in de buurt van Limoges waar hij in het bos op de plek die Noblat genoemd werd een eenvoudige hut heeft gebouwd.

Dat het mooie Leonardusbeeld dat bijna een eeuw in de Donkse kerk stond en daar vereerd werd nu een ereplaats heeft gekregen in deze Michaëlkerk zal niet tegen de zin van Leonardus zijn. Hij is weer eens een stukje op reis gegaan. Leonardus ging vijftien honderd jaar geleden op pad en in een ruige streek heeft hij de mensen niet alleen door zijn prediking tot geloven aangezet, maar vooral door zijn daden van medemenselijkheid. In woord en daad heeft hij Jezus verkondigd en Gods liefde voorgeleefd. Leonardus kan wel tegen een stootje. Ook hier bij de aartsengel Michaël, voelt hij zich thuis en bij ons allemaal.

 

Jan Huijbers, gildebroeder, ik wil je vragen de kaars bij Leonardus te ontsteken en zo zijn licht onder ons te laten schijnen. Kom maar. En terwijl je de kaars aansteekt wil ik ook nog even zeggen, dat het vandaag de verjaardag is van onze medeparochiaan pater Eustachius van Lieshout die geboren werd op 3 november 1890. Hij werd missionaris van de paters van de H.H. Harten in Brazilië waar hij een soort volksheilige werd en zeer betreurd in 1943 stierf. Op vijftien juli 2006 is hij in Belo Horizonte zalig verklaard.

Homilie (diaken-gildepastor)

In de heilige Schrift waaruit de kerk van week tot week enkele gedeelten leest, vind je, te midden van die vele woorden, soms een korte samenvatting, zoals bij voorbeeld over het leven van de eerste christenen. Kort en bondig schrijft Lucas: “Allen die het geloof hadden aangenomen, waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk; ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte. Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel, braken het brood in een of ander huis, genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van het hart…”( Hand. 2, 44-46).

De evangelielezing van deze morgen bevat ook zo’n samenvatting,

maar dan van het optreden van Jezus.

Mattheüs schrijft: “….Jezus ging rond door alle steden en dorpen, waar Hij onderricht gaf in hun synagogen, de Blijde Boodschap verkondigde van het koninkrijk en alle ziekten en kwalen genas.”(Mt. 9, 35)

Jezus is op pad gegaan, hij heeft zijn land doorkruist en in de steden en dorpen waar Hij aankwam de Blijde Boodschap van de komst van Gods koninkrijk verkondigd, maar dat niet alleen: in die steden en dorpen heeft Hij mensen in hun nood geholpen, vooral hen die onder ziekten en kwalen gebukt gingen. Jezus optreden werd niet alleen door zijn woorden over God getekend, maar ook door zijn daden van mensenliefde. Woord en daad zijn bij Jezus niet los verkrijgbaar. Die zijn onverbrekelijk. Dat is een kernachtige samenvatting van zijn optreden.

Zo liet een van Jezus’ eerste leerlingen, Jacobus, het ons in de tweede lezing ook horen:

geloof zonder daden is een dood geloof.

De woorden van de profeet Jesaja die we in de eerste lezing beluisterden: “Ik ben door God gezalfd, om aan de armen de blijde boodschap te brengen, ik ben gezonden om te genezen wier hart gebroken is, gevangenen hun vrijlating te melden…”, heeft Jezus in de synagoge van zijn vaderstad Nazareth op zichzelf van toepassing verklaard. Zo zag Hij zijn roeping. “Deze woorden van de profeet gaan vandáág, ja nú, in vervulling”, zei Hij, toen aller ogen gespannen op Hem gericht waren, de mensen nieuwsgierig waren naar wat Hij nu wel zou gaan zeggen. Deze dienaar van God onder de mensen, beschreven door de profeet Jesaja, was Hij. Dat was heel zijn toespraak. Korter had Jezus het niet kunnen zeggen. (Luc. 4, 16-30)

Leonardus heeft deze levenswijze van Jezus nagevolgd. Zo heel veel weten we niet meer van hem. Hij leefde in een wereld die op zijn kop stond. Het Romeinse rijk was ingestort, nieuwe rijken, zoals dat van de Franken met de legendarische koning Clovis aan het hoofd, ontstonden met horten en stoten in een verscheurd, verward en verarmd Europa. En wat mensen zich, na al die jaren, nog van Leonardus kunnen herinneren, is dat hij gevangenen opzocht en troostte en heel wat van hen wist te bevrijden. Leonardus is de patroon van de gevangenen. Kijk nog maar eens goed naar zijn beeld in ons midden. En kijk naar zijn rechterhand. Die houdt een ketting vast, een ketting die losgemaakt is van de polsen van een gevangene. Dat beeld van Leonardus is ons, over alle eeuwen heen, bijgebleven.

Ook in onze tijd zitten nog vele mensen gevangen, in strafkampen, gevangenissen, huizen van bewaring of thuis met een enkelband. Maar er zijn ook mensen die opgesloten zitten in de economische crisis, die wel vooruit willen, maar niet kunnen. Er zijn er ook die niet los kunnen komen van hun verslaving, die niet buiten drugs of alcohol kunnen, of van hun computer, hun smart Phone, hun tablet kunnen afblijven.

Er zijn er ook die opgesloten zitten in maatschappelijke vooroordelen, omdat ze een andere huidskleur hebben, een andere geaardheid. We kunnen ook heel dicht bij ons zelf blijven en overdenken waarin we zelf zijn vastgelopen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leonardus kan voor velen onder ons een aansprekende dienaar van God zijn, de patroon van mensen die gevangen zijn, vast zitten in hun problemen. Leonardus is een heilige van heel lang geleden, maar uit de tijd is hij zeker niet, hij is nog altijd actueel. In zijn leven komen we op het spoor dat onze God een bevrijdende God is, dat Jezus niet anders heeft gedaan dan zwoegen om mensen weer op de been te helpen, ze met God en met elkaar te verzoenen, ze te bevrijden van hun tekortkomingen, van al wat hen bedrukte, zodat ze weer uitzicht kregen, zichzelf konden zijn en wegbereiders worden van Gods koninkrijk dat op handen is.

Leonardus heeft het visioen van Jezus op zijn eigen manier, in zijn eigen tijd, handen en voeten gegeven. En wij, voelen wij ons door Leonardus aangesproken om in onze eigen situatie daadwerkelijk iets voor mensen te doen, zodat ze weer een beetje vooruit kunnen? We vinden het misschien wel moeilijk, maar ook wij hebben net als Leonardus een kloppend hart en twee handen. Laten we luisteren naar ons hart en onze handen laten spreken. We hoeven er niet mee te koop te lopen, maar toch, alle kleine beetjes helpen en vele kleintjes maken een grote. Een vriendelijk woord, een glimlach kan voor een ander al zoveel betekenen.

Laten we tijdens deze plechtige eucharistieviering met zoveel mooie zang, toch nog eens nadenken wat Leonardus ons misschien ook nu nog in 2013 te zeggen heeft of wandel in de komende tijd nog eens langs de Goorloop op de Donk en als je daar die kleine Leonarduskapel ziet staan, ga er dan binnen. Ga op een bankje zitten, laat de stilte op je inwerken en steek een kaarsje op en besef dat ongeveer op deze plek al minstens sinds 1422 mensen bij Leonardus zijn komen bidden.

Amen

Laatst bewerkt op 4 november 2013, 20:22. Geplaatst op 4 november 2013, 19:17.

Gebedsdienst Donckse Wij-ing 2013

Feest van de Donckse Wij-ing

Gebedsdienst bij de Sint Leonarduskapel aan de Goorloop

op zondag 2 juni 2013 om 10.00 uur

 

Een eerbiedig samenzijn van gildebroeders, gildezusters, vrienden en buurtgenoten, vereerders van Sint Leonardus uit Beek en Donk en wijde omgeving en met gasten uit Gittelde (D) en Zoutleeuw (B)

De gezangen worden verzorgd door Seniorenkoor Sint Joachim uit Beek en Donk,

dirigent is Hans Kempe, pianiste Jolanda Demirel.

Voorganger: gildeheer diaken F. De Coninck

Acolieten: gildebroeders Harrie van Dijk en Cees Huijbregts

Versiering: gildezuster Maria Huijbers

 

Begroeting door de diaken

Welkom allemaal, recht herzlich wilkommen liebe Brüder and Schwestern aus Gittelde, hartelijk welkom gildebroeders en gildezusters uit Zoutleeuw, laten wij allen hier aanwezig, elkaar begroeten in de naam de Eeuwige, die al van ons hield nog voor we geboren waren en die ons altijd zal beminnen:

in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest. Amen

En laten wij, gesteund door het Seniorenkoor Sint Joachim een loflied aanheffen.

Lied (coupletten 2 en 4)

Refrein:

Zingt een nieuw lied, alle landen.

Zingt voor de Heer en verheerlijkt zijn naam.

 

Groot is de Heer, die wij vrezen en prijzen!

Aarde en lucht komen vers uit zijn hand,

schoonheid en kracht vergezellen Hem beide:

wild is de zee en tevreden het land.

Refrein

 

Juicht wat in zee leeft, of leeft op de velden:

ziet uw Verlosser gaat komen, weest blij!

Wuift alle bomen der wouden, verwelkomt

juichend uw koning, want Hij is nabij!

Refrein

 

Welkom door hoofdman Geert-Jan van Rixtel Bzn

 

Wierook wordt aangestoken bij het beeld van Sint Leonardus

Sint Leonarduslied (drie coupletten)

Leonardus, u ter ere,

klinke luid ons jubellied!

Trouwe dienaar van den Heere,

neen, gij smaadt ons zangen niet. (2x)

 

Refrein:

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt

 

Lange jaren, honderdtallen,

hield de Donk Sint Leendert hoog.

’t Volk, dat u te voet kwam vallen

hief gelovig ‘t hart omhoog. (2x) Refrein

 

Steeds in breder, breder scharen

trokken pelgrims naar de Donk.

Heind’ en verre klonk de mare

van ‘tgeen hun Sint Leendert schonk. (2x) Refrein

 

Gebed

 

Allen:

God onze Vader, Gij hebt aan de heilige Leonardus de gave geschonken om gevangenen te bevrijden.

Verleen ons, op zijn voorspraak, dat wij worden bevrijd van alles wat ons leven bedreigt.

Wij zijn te vaak de gevangenen van onze onmacht, van ons verdriet, van ons gebrek aan geloof, hoop en liefde.

Maak ons tot vrije, gelukkige mensen.

Schenk ons vergiffenis en geef dat wij anderen kunnen vergeven.

Dat vragen wij U door Jezus Christus onze Heer. Amen

 

Lezing uit het eerste boek Koningen (17, 8-16)

Gildebroeder Frans Meulensteen:

 

Samen delen houdt mensen in leven

 

In heel het land heerste een ernstige hongersnood.

Toen kwam het woord van de Eeuwige tot de profeet Elia. “Vertrek naar Sarefat, dat onder Sidon valt, en ga daar wonen. Ik heb daar een weduwe bevolen voor u te zorgen.

Toen hij bij de stadspoort kwam was daar een weduwe hout aan het sprokkelen. Hij riep tot haar: “Wees zo goed en haal voor mij in deze kruik een beetje water. Ik zou graag wat drinken.” Toen zij het ging halen riep hij haar na: “Wees zo goed en breng ook een stuk brood mee.” Zij antwoordde: “Zowaar de Eeuwige, uw God, leeft, ik heb geen brood meer, alleen nog maar een handvol meel in een pot en een beetje olie in een kruik. Ik sprokkel nu wat hout en ga dadelijk naar huis om voor mij en voor mijn zoon voor het laatst eten klaar te maken. Daarna wacht ons de dood.”

Elia antwoordde: “Vrees niet, ga naar huis en doe wat u van plan bent, maar maak van het meel en de olie eerst een broodje voor mij en breng mij dat. Voor uzelf en uw zoon kunt u daarna zorgen. Want zo zegt de Eeuwige, de God van Israël: de pot met meel raakt niet leeg en de kruik met olie niet uitgeput, totdat de Eeuwige het weer laat regenen.”

Toen ging zij heen en deed wat Elia gezegd had, en dag aan dag hadden zij te eten, hij, zij en haar gezin. De pot met meel raakte niet leeg en de kruik met olie niet uitgeput, volgens het woord dat de Eeuwige gesproken had door Elia.

Zo spreekt de Heer.

 

Tussenzang (coupletten 1, 3 en 4)

 

Zingt voor de Heer van liefde en trouw,

die onder ons verblijven wou.

Zingt als het gras dat dankt voor dauw:

alleluja, alleluja.

 

Zingt voor de liefde die ons bindt,

die in ons hoofd haar woning vindt,

die in ons hart haar rijk begint;

alleluja, alleluja.

 

Zingt voor het heil dat komen gaat;

zingt voor de deur die open staat;

zingt voor de God die zingen laat;

alleluja, alleluja.

 

Lezing uit het evangelie volgens Matteüs (7,24-28)

Diaken:

 

Wie handelt naar Gods woord, bouwt op een stevig fundament.

 

Jezus sprak:

“Wie mijn woord hoort en ernaar handelt, gedraagt zich als een verstandige man die zijn huis op de rots heeft gebouwd. Er kwam een wolkbreuk en een geweldige overstroming, de stormen gierden en rukten aan het gebouw. Maar het stortte niet in. De fundamenten ervan stonden immers op de rots.

Maar wie mijn woorden hoort en er niet naar handelt, gedraagt zich als een onverstandige man. Hij bouwde zijn huis op het losse zand. Er kwam een wolkbreuk, een geweldige overstroming, de stormen gierden en rukten aan het huis, het viel in elkaar en het was één grote puinhoop.”

Zo spreekt de Heer

 

Overweging

 

De weduwe die door de profeet Elia wordt aangesproken was straatarm. Ze werd gemeden door de mensen in haar stad. Weduwen en wezen telden in die dagen nauwelijks mee.

Men liet hen links liggen.

Uitgerekend deze vrouw spreekt de profeet Elia, de man Gods die honger heeft, aan.

Hij vraagt haar om wat water en een broodje. Op dat ogenblik was ze juist van plan van het handje meel op de bodem van haar voorraadvat een laatste broodje te bakken voor haar zoon en haarzelf, het samen op te eten en de hongerdood af te wachten.

 

Toch bakt ze voor de vragende profeet een broodje. En dan gebeurt er een spijswonder dat duren zal totdat de hongersnood over zal zijn. Haar pot met meel raakte niet leeg, er was steeds voldoende olie in haar kruik, samen hadden ze te eten: de profeet Elia, haar zoon en zij zelf.

 

Wat mij in dit verhaal het meest aanspreekt is wat die straatarme vrouw doet. Het kleine beetje dat ze heeft deelt ze met een ander, een vreemdeling nog wel. Dat ze dát kan is voor mij het grote wonder van deze vertelling. Ze geeft wat ze heeft. Ze laat een ander niet in de steek.

Het is de overtuiging van onze geloofstraditie, dat waar mensen zo met elkaar omgaan, ze handelen naar Gods hart.

Dat de pot met meel niet leeg raakt tijdens de hongersnood, maakt ons, gelovigen, duidelijk,  dat God achter die weduwe staat, dat zijn hart uitgaat naar mensen die met elkaar hun lief en leed delen.

 

Leonardus bouwde aan het begin van de zesde eeuw van onze jaartelling op een plek in een bos in de streek van Limoges die Noblat genoemd werd een hut. Hij wijdde zich daar aan gebed en Bijbellezing en stond klaar voor reizigers die bij hem aanklopten voor een maaltijd, een bed voor de nacht. Leonardus werd een raadgever van de boeren en werkte met hen mee. Zijn naam raakte bekend en nu na vijftienhonderd jaar is zijn naam nog steeds bekend. Hij werd een van de grote Europese heiligen die in kapellen en kerken in vele landen wordt vereerd.

Ook hier op de Donk, al minstens sinds 1422.

 

Misschien hebben mensen hier op de Donk en op al die plaatsen hun toevlucht bij Leonardus gezocht, en doen ze het nog, omdat Leonardus laat zien hoe een mens een leven kan leiden dat de moeite waard is voor God, voor de naasten en voor zichzelf. Leonardus wijst een weg van liefde en bevrijding, zonder rituelen, zonder geleerdheid. Hij is een man van het volk.

 

Hier in ons midden staat vandaag een Leonardusbeeld. Het is afkomstig uit de prachtige neogotische Leonarduskerk aan de Kapelstraat die helaas op 13 januari van dit jaar aan de eredienst is onttrokken. Het grote gepolychromeerde Leonardusbeeld in de kerk is na die laatste eredienst overgebracht naar de Heilige Michaëlkerk. Het kleine beeld, in eerlijk eiken, onbeschilderd, dat in de sacristie stond is nu door het parochiebestuur aan het Sint Leonardusgilde in bruikleen afgestaan. Het zal vandaag een ereplaats krijgen in deze kapel. Wij zijn het parochiebestuur zeer erkentelijk, dat Leonardus op de Donk kan blijven, want Leonardus hoort op de Donk, al minstens zes honderd jaar is hij er.

 

Leonardus is een heilige die ongeveer op de plek waar we nu staan, door de jaren heen is aangeroepen als mensen van de Donk het moeilijk hadden, als ze ongerust waren over hun gezondheid of die van hun dierbaren, als er ziekte heerste onder het vee, maar vooral is Leonardus wijd en zijd beroemd als de patroon van de gevangenen.

 

De levensgeschiedenis van Leonardus is daarom zo spannend, omdat hij helemaal niet arm had hoeven zijn, helemaal niet in een hut in de eenzaamheid had moeten wonen. Hij was van adel. Zijn bedje was gespreid. Clovis, de koning van de Franken, was zelfs zijn peetvader die hem bij zijn doop in zijn armen hield. De beroemde bisschop Remigius was zijn leermeester. Remigius vertelde hem over Jezus, de Zoon van God die afstand deed van macht en rijkdom, die zich bekommerde om de geknechte mens, die mensen wilde bevrijden van alles wat hen bedrukte, die hen vrij en gelukkig wilde maken.

 

Dat ideaal heeft de jonge Leonardus aangesproken. Hij voelde zich geroepen Jezus’ voorbeeld te volgen en de handen uit de mouwen te steken zoals Jezus heeft gedaan. Voor Leonardus vielen godsdienst en mensendienst samen. Ik denk dat deze christelijke levenswijze velen onder ons zal aanspreken en dat daarom Leonardus al alle vele eeuwen een alom geliefde heilige is, een volksheilige.

Hoewel hij in zijn kluis in het bos van Noblat heel ver van het hof in Reims woonde, bleef Leonardus goede contacten met koning Clovis onderhouden. En zo kon het gebeuren, dat Clovis hem het voorrecht verleende om naar eigen oordeel gevangenen de vrijheid te schenken. Van dat koninklijk privilege heeft Leonardus volop gebruik gemaakt. Maar hij deed meer, als een allereerste gevangenenpastor, zocht hij het gesprek met de gevangenen, hij luisterde naar hun verhalen, hij begreep hoe ze op het slechte pad waren gekomen en hij wekte hen op het rechte pad weer te bewandelen. Hij bleef hen begeleiden, soms wel jaren.

 

Als we dit alles overdenken gaat het beeld van Leonardus in ons midden spreken, dan ontdekken we de gebroken boeien die de patroon van de gevangenen in zijn rechterhand houdt en het evangelieboek dat hij met zijn linker draagt, de boodschap van Jezus die hem in beweging heeft gebracht.

 

Vandaag viert de Donk feest. Het gilde herdenkt met de mensen van Beek en Donk en gasten uit Duitsland en Vlaanderen de wijding van de oude kapel uit 1422. De jaarlijkse herdenking van de wijding van de oude kapel trok tot in de achttiende eeuw  vele pelgrims. Ze kwamen van heinde en ver, zo schrijft een van de pastoors van de Donk.

Nu, na meer dan twee eeuwen, is de tijd rijp om het feest van de Donckse Wij-ing weer te vieren met elkaar. Dit kleine kapelletje dat gildebroeders vierendertig jaar geleden hier aan het riviertje de Goorloop hebben gebouwd als opvolger van de verdwenen ruime kapel van 1422, moge tot in lengte van jaren een plek blijven waar mensen bij het beeld van Leonardus even komen bidden, een kaars opsteken en gesterkt weer verder gaan. Moge het geloof in Jezus, dat zich in daden van naastenliefde uit, het fundament zijn waarop dit bedehuis is gebouwd. Dan kan het de ergste stormwinden en regenbuien trotseren.

Amen

 

Voorbede

Gildebroeders dragen symbolen aan:

gildebroeder Jan Huijbers de Leonarduskaars,

gildebroeder Ruud Vermeulen de boeien,

gildebroeder Piet Rovers het kruis,

gildebroeders Mario van den Elsen en Jan Rovers de Leonardusbroodjes.

Gildebroeder Cees Huijbregts spreekt de gebedsintenties uit.

Allen beantwoorden de gebedsintenties zingend met:

“Heer, onze God, wij bidden U verhoor ons”.

 

De Leonarduskaars vertelt ons van gebed, licht en warmte.

Wij bidden voor alle mensen die, zoals Jezus en Leonardus, licht en warmte uitstralen,

die uitzicht bieden en bemoediging in onze soms zo duistere en koude wereld.

Dat zij niet ophouden stralende, warme mensen te zijn.

Bidden wij ook voor hen die snakken naar een spoortje van licht, een beetje hartelijkheid.

Dat er mensen zijn die hen horen en zien.

Laat ons zingend bidden…

 

Koor en allen: Heer, onze God wij bidden U verhoor ons.

 

De boeien herinneren ons eraan dat Leonardus gevangenen bevrijdde.

Bidden wij voor hen die om een losgeld gegijzeld worden, maar ook voor hen die in de gevangenis hun straf uitzitten. Denken wij ook aan hen die verslaafd zijn aan alcohol, drugs en gokspelen en aan hen die door hun driften worden geregeerd.

Bidden wij om bevrijding van ons allemaal.

Vragen wij God dat de enige band die mensen eens zal binden, de onderlinge liefde zal zijn.

Laat ons zingend bidden…

 

Koor en allen: Heer, onze God wij bidden U verhoor ons.

 

Het kruis is het teken van ons geloof.

In het hart van het kruis ontmoeten hemel en aarde elkaar.

Het kruis van Golgotha is schandpaal en troon tegelijk.

Aan dat kruis werd Jezus terechtgesteld, aan het kruis heeft zijn liefde gezegevierd.

Bidden wij aan de voet van dit kruis voor onze zieken,

dat zij liefdevolle aandacht mogen genieten

en voor onze overledenen, dat zij voorgoed thuis mogen zijn bij God.

Dat wij de nagedachtenis van onze overledenen in ere mogen houden.

Bidden wij ook voor onszelf, dat wij het kruis in ons leven willen aanvaarden

en dat wij het kruis van anderen proberen te verlichten.

Laat ons zingend bidden…

 

Koor en allen: Heer, onze God wij bidden U verhoor ons.

 

Brood is er om gegeten te worden. Het geeft leven.

Leonardus deelde zijn brood met armen, zwervers en pelgrims.

Het brood dat hij uitdeelde bracht mensen samen, ze konden weer lachen,

er werd een gemeenschap geboren.

Bidden wij, dat voor ons brood meer mag betekenen dan de onderkant van  ons beleg.

Dat brood voor ons een teken mag zijn van het leven samen gedeeld, van vriendschap. Bidden wij dat vriendschap duren zal, hier op de Donk, maar ook in de gildes van Sint Leonardus verspreid over heel Europa. Dat de vijf en dertig jarige vriendschapsband met Schützengesellschaft Gittelde tot in lengte van dagen bestendigd mag worden. Dat wij goede contacten mogen onderhouden met de Vereniging Leonardus in Zoutleeuw in Vlaanderen.

Laat ons zingend bidden…

 

Koor en allen: Heer, onze God wij bidden U verhoor ons.

 

Lied

Waar liefde mensen samenvoegt

worden stenen een paleis,

de kille straat een lentetuin,

de hel een paradijs.

 

Refrein:

Een land van licht en zonneschijn,

een haard waar men zich warmt:

een overvolle beker wijn,

een mens die je omarmt.

 

De deur roept je een welkom toe,

een stoel staat voor je klaar;

de tafel is. gastvrij gedekt,

een heerlijk avondmaal.

Refrein:

 

Besprenkeling van het beeld van Sint Leonardus

 

Besprenkeling van de kapel van Sint Leonardus

 

Het beeld van Sint Leonardus wordt in de kapel geplaatst

 

Lied bij de kapel

Zomaar een dak boven wat hoofden,

deur die naar stilte openstaat.

Muren van huid, ramen als ogen

speurend naar hoop en dageraad.

Huis dat een levend lichaam wordt

als wij er binnengaan

om recht voor God te staan.

 

Woorden van ver, vallende sterren,

vonken verleden hier gezaaid.

Namen voor Hem, dromen signalen

diep uit de wereld aangewaaid.

Monden van aarde horen en zien,

onthouden, spreken voort

Gods vrij en lichtend woord.

 

Tafel van Eén, brood om te weten

dat wij elkaar gegeven zijn.

Wonder van God, mensen in vrede,

oud en vergeten nieuw geheim.

Breken en delen, zijn wat niet kan,

doen wat ondenkbaar is,

dood en verrijzenis.

 

Onze Vader

 

Diaken:

Laten wij bidden tot God onze Vader met de woorden die Jezus ons gegeven heeft:

Allen:

Onze Vader, die in de hemel zijt;

uw naam worde geheiligd;

uw rijk kome;

uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.

Geef ons heden ons dagelijks brood;

en vergeef ons onze schuld,

zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven;

en leid ons niet in bekoring;

maar verlos ons van het kwade.

Diaken:

Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef vrede in onze dagen, dat wij gesteund door uw barmhartigheid, vrij mogen zijn van zonde, en beveiligd tegen alle onrust. Hoopvol wachtend op de komst van Jezus, Messias, uw Zoon.

Allen:

Want van U is het koninkrijk

en de kracht en de heerlijkheid

in eeuwigheid. Amen

 

Vredeswens

 

Diaken:

Tot verbondenheid en vrede roept Jezus ons samen. Hij biedt ons zijn vrede aan. “Mijn vrede laat Ik u na”, sprak Hij tot zijn vrienden, “mijn vrede geef ik u”.

Zijn vrede mogen wij elkaar van harte toewensen. Laten we elkaar dan een teken van vrede geven.

 

Gebed

 

Allen:

Goede God, uw Zoon Jezus heeft blinden het gezicht teruggegeven, doven het gehoor. Lammen deed Hij lopen en melaatsen maakte hij rein. Armen heeft Hij voedsel en hoop gegeven.

Ook zijn apostelen hebben vele wonderdaden verricht.

De heilige Leonardus volgde hen na. Zijn goede daden raakten wijd en zijd bekend. Hij leefde uit de Blijde Boodschap van Jezus. Hij stond klaar voor mensen in nood. Hij hielp hen naar lichaam en ziel. Vele gevangenen wist hij te bevrijden.

Wij danken U voor zijn voorbeeld en wij vertrouwen op zijn

voorspraak bij U, telkens als wij in deze kapel komen bidden. Amen

 

Mededelingen

Hoofdman Geert-Jan van Rixtel Bzn

 

Zegen

 

Moge de zegen van de Allerhoogste ons begeleiden van dag tot dag.

Moge onze God het licht van zijn gelaat over ons doen opgaan

en ons vrede schenken:

de Vader en Zoon en de heilige Geest. Amen

 

Leonarduslied (vervolg)

 

Goede Jezus, hemelkoning,

hoor ons danklied, hoor ons bee.

Zegen Leonardus’ woning,

geef zijn volk geluk en vree. (2x)

 

Refrein:

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt

 

Leonardus, schutspatrone,

geef dat wij u hier beneen

trouw vereren en Gods Zone
loven door al d’ eeuwen heen. (2x)

Refrein

 

Laatst bewerkt op 5 juni 2013, 19:11. Geplaatst op 5 juni 2013, 18:59.

Gebedsdienst kermismaandag

Gebedsviering in de Sint Leonarduskapel, op 10 september 2012 om 11.30 uur,

ter gelegenheid van het koning schieten aan de Goorloop in de namiddag

 

Vrij als vogels

Welkom en kruisteken

 

Voorzanger is gildebroeder Piet Rovers

 

Lied “Zo lang er mensen zijn”

t. H. Oosterhuis/ m. Lyon 1548

 

Zolang er mensen zijn op aarde,

zolang de aarde vruchten geeft,

zolang zijt Gij ons aller Vader;

Wij danken U voor al wat leeft.

 

Zolang de mensen woorden spreken,

zolang wij voor elkaar bestaan,

zolang zult Gij ons niet ontbreken:

wij danken U in Jezus’ Naam.

 

Gij voedt de vogels in de bomen,

Gij kleedt de bloemen op het veld,

o Heer, Gij zijt mijn onderkomen,

en al mijn dagen zijn geteld.

 

Gij zijt ons licht, ons eeuwig leven,

Gij redt de wereld van de dood.

Gij hebt uw Zoon aan ons gegeven,

zijn lichaam is het levend brood.

 

Daarom moet alles U aanbidden,

uw liefde heeft het voortgebracht.

Vader, Gij zelf zijt in ons midden.

O Heer, wij zijn van uw geslacht.

 

Gebed (allen)

 

God, die leeft in wat groeit en bloeit, Gij nodigt ons uit op U te vertrouwen en ons niet te veel zorgen te maken. Vrij als vogels, mooi als bloemen van het veld mogen wij zijn. Slechts een ding is noodzakelijk: dat we  samen zoeken naar uw Rijk van gerechtigheid. Op uw woord zal al het overige ons als toegift geschonken worden. Amen

 

Lezing (gildebroeder Geert-Jan van Rixtel Bzn)

 

Dag lieve medemens,

neem de tijd om gelukkig te zijn,

je bent een wandelend wonder op aarde.

Je bent uniek, onvervangbaar.

Weet je dat?

Waarom sta je niet verstomd,

ben je niet blij,

verbaasd over jezelf

en over al die anderen om je heen?

Vind je het zo gewoon,

dat je leeft,

dat je leven mag?

Vind je het vanzelfsprekend,

dat je tijd krijgt om te zingen en te dansen?

Waarom zou je op jacht gaan naar steeds meer bezit?

Waarom zou je zorgen hebben

om de dingen van morgen en overmorgen?

Waarom ruzie maken, je vervelen, slapen als de zon schijnt?

Neem rustig de tijd om gelukkig te zijn.

Tijd is geen snelweg tussen wieg en graf,

maar ruimte om te parkeren in de zon,

om te leven en lief te hebben.

 

Lied

(enkele coupletten) t. M. v.d. Plas/m. W. ter Burg

 

Nu gaan de bloemen nog dood.

Nu gaat de zon nog onder.

Nooit gebeurt er een wonder,

niemand kan zonder brood.

 

Refrein:

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde

Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde

 

Nu heb je nooit genoeg.

Nu blijf je steeds iets missen

en in het ongewisse

of je ooit krijgt wat je vroeg.

Refrein:

 

Daar is geen dorst of verdriet.

Daar zal God ons omgeven.

Daar is gelukkig leven.

En het eindigt niet.

Refrein:

 

Lezing uit het evangelie volgens Mattheüs (6, 26-33) (gildebroeder André van Nunen)

 

Kijk eens naar de vogels in de lucht, zei Jezus.

Ze denken er niet over om te zaaien en te oogsten en ze slaan geen voorraden op in schuren. En toch zorgt hun hemelse Vader voor hen.

Zijn jullie niet veel meer dan vogels?

Wie van jullie is er in staat om zijn leven ook maar met een enkele dag te verlengen, al spant hij zich nog zo in?

Hoeveel moeite doen jullie niet voor je kleding.

Bekijk toch eens de bloemen in het veld, hoe ze groeien en bloeien.

Ze tobben zich niet af en hebben geen kleren nodig.

Maar dit is zeker: koning Salomo zag er in al zijn pracht niet fraaier uit dan die veldbloemen.

Als God dus het onkruid, dat vandaag nog op het veld staat en morgen al wordt afgemaaid en opgestookt, zó kleedt, zou Hij dan niet voor jullie zorgen?

Pieker toch niet altijd: Zullen we te eten hebben? Hebben we wel te drinken? Zo pijnigen zich de mensen die God niet kennen.

Jullie Vader in de hemel weet wel, dat jullie dat alles nodig hebben.

Wees vooral bezorgd om Gods rijk en om wat God van jullie verlangt.

Al het andere geeft Hij jullie op de koop toe.

Denk dus niet krampachtig aan de dag van morgen. Voor morgen wordt er wel weer gezorgd. Iedere dag heeft al genoeg eigen zorgen.

Zo spreekt de Heer

 

Overweging

 

Ze trokken nu al een hele tijd met Hem op die twaalf mannen. Enthousiast hadden ze zijn stem gevolgd. Met Hem die de blijde boodschap verkondigde dat Gods Koninkrijk op aarde op handen was, voor de deur stond, waren ze op weg gegaan. Huis en haard hadden ze verlaten, hun netten in de boot laten liggen, vrouw en kinderen vaarwel gezegd. Maar met dat koninkrijk van God op aarde wilde het nog niet zo vlotten. Het kwam nog maar niet van de grond. Ze zagen er nog niets van komen. Ze dreigden de moed te verliezen, hun geloof kwijt te raken.

 

Kijk eens om je heen, zegt Jezus, kijk naar de vogels, hoe onbezorgd ze door de lucht buitelen. Ze werken niet als kleine boeren, ze zaaien niet, ze maaien niet, ze slaan niet op in schuren en toch hebben ze te eten. God geeft hun te eten. Die zorgt wel voor hen.

Vertrouw ook op God, als God zo goed voor die vogels zorgt, zou hij dat dan nog niet veel meer voor jullie doen? Jullie zijn toch wel meer waard dan vogels.

Zo spreekt Jezus zijn leerlingen moed in.

 

Als je logisch redeneert, dan heb je misschien heel wat af te dingen op Jezus’ voorstelling van zaken. Kinderpraat, mompel je misschien tussen je tanden.

Dat is nog niet zover van de werkelijkheid verwijderd. Jezus troost en bemoedigt zijn vrienden, zoals een moeder haar kleine kinderen kan troosten.

De logica is in dit gesprek niet doorslaggevend, maar de hartelijkheid en het onverwoestbare vertrouwen dat Jezus uitstraalt. Het is als het kusje op de knie van een huilend kind dat gevallen is en toevlucht zoekt in de armen van zijn moeder.

 

Zorgen zijn er genoeg in het leven, zegt Hij, maar zoek eerst, voordat je aan de slag gaat voor het dagelijks brood en het dak boven je hoofd, het koninkrijk van God. Als je daarmee begint, dan komt de rest vanzelf wel.

 

Gildebroeders, hoe klinken die woorden van Jezus ons in deze verkiezingstijd, met als zijn leuzen en beloften, sommigen zeggen loze beloften, in de oren? Is dit nu het verlossende woord van Jezus waarop we zitten te wachten of is het misschien wel de grootste kletspraat?

 

Het koninkrijk van God is geen ster of planeet, geen land, geen staatsvorm, geen partij, geen stuk onbedorven natuur of een vakantieparadijs. Als we het daar zoeken zullen we het nooit vinden, zal het ons eeuwig ontglippen.

Het koninkrijk van God is een levenshouding, a way of live, een manier waarop wij mensen met elkaar in Gods naam mogen omgaan, als gelijkwaardige, beminnenswaardige wezens, zijn kinderen, broeders en zusters van elkaar, zoals wij als gildebroeders en gildezusters dat met elkaar proberen te doen in het Leonardusgilde.

 

Het rijk van God heeft ongekende groeimogelijkheden: het kan op elk moment en onder alle omstandigheden overal ontluiken en beginnen te groeien, als mensen -zelfs als zijn het weinige, zelfs al zijn het er maar twee, er voor elkaar willen zijn.

Het rijk Gods is oneindig levenskrachtig, het is ook uiterst kwetsbaar. Het wordt tot in zijn hart bedreigd als mensen elkaar niet meer willen zien, elkaar de rug toekeren. Dan kan het zomaar ophouden te bestaan.

 

Wie zoekt naar het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, volgens Jezus onze belangrijkste opdracht, durft op God en op de medemensen te vertrouwen, ondanks alles, ondanks alle tegenslagen en ontgoochelingen. Die mens zal werkelijk vrij zijn, die zal zijn als een van die vogels die vrij door het luchtruim buitelen, waarover Jezus spreekt en die door God worden gevoed.

 

Ja, gildebroeders en gildezusters, onze schutspatroon Sint Leonardus was voorbestemd om als edelman op te groeien aan het hof van koning Clovis. Hij heeft de weelde en de rijkdommen van het paleis gelaten voor wat ze waren en heeft een eenvoudig bestaan als kluizenaar geleefd. Hij hielp de boeren in de omgeving, hij bood reizigers onderdak, hij wist vele gevangenen nabij te zijn en uit de kerker te bevrijden.

Hij bezat een onaantastbare innerlijke rijkdom, hij was vrij.

 

Hoe fijn het kan zijn om vrij en onbezorgd als vrienden bij elkaar te zijn, heb ik aflopen zaterdag op het Wipke bij het kermiskoning schieten ervaren. Wat was het gezellig. Het leek wel een grote familie. Een vleugje van het koninkrijk van God was onder ons.

Nu wij vandaag gaan schieten op de vogel aan de Goorloop, wens ik ons allemaal opnieuw de vreugde en de vrijheid toe van het samen broeder en zuster zijn.

Amen

 

Lied: “Looft de Heer al wat gemaakt is”

(enkele coupletten) t. H. Oosterhuis- m. Nu dyn leven.

 

Looft de Heer, al wat gemaakt is, prijst zijn Naam,

verheft Hem voor eeuwig, dankt voor uw bestaan.

Looft Hem die gezeten is op tronen van gezang.

Zingt als rivieren mee voor God: Hij leve lang.

 

Storm en aarde, bomen, stromen, zon en vuur,

gij wolken en dromen, nachten, dag en duur,

licht en donker, dood en leven, wereld, mensenzaad,

weest mondig en volmaakt, loof Hem met woord en daad.

 

Dauw en regen, vorst en koude, ijs en sneeuw,

de slang en de vis, de vogel en de leeuw,

geesten in de hemel en gij mensen met uw stem,

gelooft Hem op zijn woord, dat gij bestaat in Hem.

 

Voorbede (gildebroeder Frans Meulensteen)

 

Kleingelovigheid hoeft niet, zegt Jezus,

wel eerst het rijk Gods zoeken.

Gods Rijk zoeken is ons eerste doel,

de rest volgt dan vanzelf wel.

Bidden wij om deze levenshouding:

 

voor allen die graaien in voorraadschuren,

en verzamelen in bankkluizen:

dat zij zichzelf niet verliezen

in hun zorg om wat voorbijgaat...

laat ons bidden…

 

voor alle twijfelaars en weifelaars,

voor hen die niet weten

waar zij hun geluk moeten zoeken:

dat zij ergens houvast vinden,

en de toekomst met vertrouwen

tegemoet leren zien…

laat ons bidden…

 

voor onszelf hier samengekomen:

dat wij durven in te gaan op Jezus’ uitnodiging

het rijk Gods te zoeken

en dat wij het vinden mogen…

laat ons bidden…

 

dat wij als gildebroeders en –zusters

en vrienden van het gilde

kracht en moed mogen putten

uit het leven van onze schutspatroon Sint Leonardus,

die eenvoud verkoos boven rijkdom en macht,

die de helpende hand werd van armen en gevangenen…

laat ons bidden…

 

dat wij onze verbondenheid

met onze overleden gildebroeders en gildezusters

mogen bewaren en versterken,

dat wij ons dankbaar hun goede daden blijven herinneren

en dat zij bij God voor ons ten beste mogen spreken…

laat ons bidden…

 

God, roep hen die U nog niet zoeken,

en kom tegemoet aan wie reeds hoopvol naar U uitzien.

Wees, om Jezus’ en Leonardus’ wille,

ons aller geborgenheid en vrede.

Amen

 

Onze Vader en Wees gegroet

 

Slotgedachte (afgaande koning gildebroeder Mario van den Elsen)

 

“Let eens op de vogels”, hoorden we vandaag tot ons zeggen, “ze leven uit Gods hand.” Dat mogen wij ook: leven uit Gods hand, ons verlaten op Hem die vogels en mensen een warm hart toedraagt.

 

Zegen

 

Gildebroeders en –zusters,

moge de zegen van de Allerhoogste

over ons komen,

opdat er in ons leven veel liefde is en licht,

opdat we vruchtbaar zijn en vol kracht,

opdat vrede en recht van ons mogen uitgaan.

Moge de glans van Gods gelaat

over ons opgaan en stralen.

Zo zegene ons allen

de Eeuwige

de Vader, Zoon en heilige Geest.

Amen

 

Sint Leonarduslied

 

Leonardus, u ter ere,

klinke luid ons jubellied!

Trouwe dienaar van den Heere,

neen, gij smaadt ons zangen niet. (2x)

 

Refrein:

O, Leonardus,

aanhoor ons lofgedicht.

Uw beeld zij ons een licht,

dat ons ten hemel richt

 

Lange jaren, honderdtallen,

hield de Donk Sint Leenderd hoog.

’t Volk, dat u te voet kwam vallen,

hief gelovig ‘t hart omhoog. (2x)

Refrein

 

Leonardus, schutspatrone,
geef dat wij u hier beneen

trouw vereren en Gods Zone
loven door al de eeuwen heen. (2x)

Refrein

 

Laatst bewerkt op 9 oktober 2012, 19:24. Geplaatst op 9 oktober 2012, 19:09.
Nieuwere berichten » «Oudere berichten